18. Pauzeren of niet?

Het rapport van het expertenpanel interlandelijke adoptie dat vorige week uitkwam, deed en doet ontzettend veel stof opwaaien in adoptieland Vlaanderen. Er werden 20 aanbevelingen gedaan om het systeem structureel te verbeteren in het belang van kinderen en ouders van oorsprong. Om die aanbevelingen door te voeren en te implementeren wordt een adoptiepauze van 2 jaar voorgesteld. Minister Beke volgt deze aanbevelingen integraal.
De reacties hierop zijn vaak emotioneel en geformuleerd vanuit een persoonlijke geraaktheid.
Ik schreef iets voor Knack en zij waren zo vriendelijk dit te publiceren.

https://www.knack.be/nieuws/belgie/adoptiepauze-is-broodnodig-om-recht-te-trekken-wat-tientallen-jaren-systematisch-verkeerd-liep/article-note-1774799.html

BIJGEDACHTE

‘Adoptiepauze is broodnodig om recht te trekken wat tientallen jaren systematisch verkeerd liep’

  • 07/09/21 om 04:17
  • Bijgewerkt om 05:53

Renate Van Geel

‘Het is verbazingwekkend, en eigenlijk ook schrijnend, dat we hier anno 2021 nog zo over moeten debatteren en discussiëren’, schrijft Renate Van Geel. Ze reageert op het rapport van het expertenpanel interlandelijke adoptie dat Wouter Beke ertoe aanzette om een adoptiepauze van twee jaar voor te stellen.

Het rapport van het expertenpanel interlandelijke adoptie in Vlaanderen is gekend. De conclusies voor Vlaanderen strekken tot aanbevelingen om het systeem te hervormen en anders uit te bouwen. De commissie Joustra in Nederland kwam in het voorjaar met soortgelijke bevindingen. Bevoegd minister Wouter Beke neemt deze aanbevelingen ter harte en stelt voor om deze uit te werken en te implementeren tijdens een adoptiepauze van 2 jaar.

De reacties die in de pers verschenen, focusten vooral op de befaamde adoptiepauze en welke gevolgen dit voor betrokkenen zou hebben. De wenselijkheid en meerwaarde van de talrijke andere aanbevelingen die de noden en rechten van geadopteerden centraal stellen, kwamen in de betogen amper aan bod. Deze reacties wekken op zijn minst de schijn dat de eigen wens en het comfort van wensouders zwaarder doorwegen dan die van kinderen, hun gezinnen van oorsprong en geadopteerden zelf.

Ik erken de immens pijnlijke situatie waarin kandidaat-adoptieouders zich bevinden maar op een moment dat er eindelijk aandacht is voor belangen en noden van geadopteerden zou het sommige mensen kunnen sieren zich enigszins terughoudend op te stellen in plaats van aandacht te vragen voor eigen last en pijn.

In de hartverscheurende realiteit en dynamiek waarin ouders en kinderen voor altijd van elkaar gescheiden worden, is het gepast en terecht dat de aandacht en zorg in de eerste plaats gaat naar deze laatsten aangezien er niet zoiets bestaat als het recht op een kind, ook niet na jaren wachten en ook niet via adoptie, hoe pijnlijk de ervaring van ongewenste kinderloosheid ook mag voelen. Wat betreft de drie adoptiediensten in Vlaanderen, die wel degelijk, en anders dan zij nu willen laten uitschijnen, gehoord werden door het expertenpanel; zij zijn belanghebbend bij adoptie. Meer dan een miljoen van ons belastinggeld werd in 2019 besteed aan hen, en de iets meer dan twintig interlandelijke adopties die gerealiseerd werden. Dat is bijna drie keer zoveel als de 380.000 euro uit 2009 voor de ruim 240 adopties van toen. Gelukkig draait adoptie niet om geld… Bijna 45.000 euro werd overigens besteed aan het aanboren van nieuwe ‘adoptiekanalen’. De aanbeveling voor een centrale adoptiedienst vanuit de overheid lijkt me onder andere om deze reden dan ook een wenselijke zaak.

Adoptiepauze is broodnodig om recht te trekken wat tientallen jaren systematisch verkeerd liep.

Een aantal bedenkingen lijken de reacties te overheersen. Ik ga verder in op degene die al even lang meegaan dan adoptie zelf en die in mijn ogen niet meer passen in de paradigmashift die het rapport en de adoptiepauze vooropstellen.

Een eerste bedenking is dat kinderen door adoptie geholpen zouden worden en dat dit in het belang van het kind zou zijn. Ik kan me volledig scharen achter de terechte bezorgdheid van sommige politici, een aantal adoptieouders en de adoptiediensten over de omstandigheden waarin veel kinderen ter wereld moeten opgroeien. Ook in Vlaanderen bestaat trouwens schrijnende kansarmoede. Ik ben dan ook verheugd te lezen dat het expertenpanel aanbeveelt om in te zetten op structuren in de landen van herkomst. Investeren in begeleiding en ondersteuning ter plaatse, psycho-educatie, zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen,… zijn zaken die me waardevoller lijken dan het scheiden van kinderen en ouders als structurele oplossing. Het geld dat nu naar adoptie gaat, zou hier eventueel nuttig aan besteed kunnen worden. Veel meer ‘arme wezen’ zullen daar voordeel uit halen dan het zeer beperkt aantal kinderen dat met dat geld nu haar Vlaanderen gehaald wordt.

De partijen N-VA en Open VLD verdringen zich om het op te nemen voor de kinderen in nood in de wereld. Dat siert hen. Maar laten we niet vergeten dat het slechts gaat om een twintigtal kinderen waarvoor herkomstlanden ons vragen een gezin te zoeken. En laten we eventueel hun stemgedrag in de gaten houden wanneer het gaat om het optrekken van de budgetten voor, ik zeg maar iets, ontwikkelingshulp. Wie oprecht bekommerd is om het lot van deze tientallen miljoenen wezen die ik op Twitter zag passeren, zal aanmoedigen dat er breed ingezet wordt op de situatie ter plaatse. Wat draagt het weghalen van 20 kinderen immers fundamenteel bij tot het verbeteren van de algemene levensomstandigheden? Wist u dat het merendeel van de geadopteerden helemaal geen wees is of blijkt te zijn? Dit is uiteraard een werk van zeer lange adem en zal evenmin leiden tot een perfecte wereld zonder armoede. Ook adoptie heeft trouwens vooralsnog niets verbeterd aan het reduceren van armoede in herkomstlanden.

Een vraag die zich onvermijdelijk opdringt is wat we als samenleving verstaan onder een ‘beter’ leven en ‘helpen’. Wie wordt er geholpen door ouders en kinderen te scheiden en alle banden door te knippen, wiens belang wordt hiermee gediend? In The Lancet verscheen een Zweeds onderzoek van Hjern, Lindbladd en anderen. Zij concludeerden dat ongeveer de helft van de interlandelijk geadopteerden sociale uitval en problemen kent die aan hun adoptie toegeschreven kunnen worden. Geadopteerden hebben drie tot vier keer meer kans op zware mentale problemen (zelfdoding, poging tot zelfdoding en psychiatrische opnames) dan niet-geadopteerde leeftijdsgenoten die opgroeien onder soortgelijke socio-economische omstandigheden, vijf keer meer kans om drugsverslaafd te worden en ze lopen ook een groter risico om criminele feiten te plegen of alcoholverslaafd te worden. Deze cijfers doen minstens bedenkingen rijzen over de vanzelfsprekendheid waarmee wordt aangenomen als zou een leven hier altijd als ‘beter’ beschouwd moeten worden dan in landen van herkomst.

Dergelijke manier van denken stamt bovendien uit voorbijgestreefde neokoloniale denkbeelden en zienswijzes waarbij alleen onze westerse samenleving zou beschikken over vaardigheden en omstandigheden die goed genoeg zijn om kinderen op te voeden zoals het hoort. Dit onderzoek ontkracht geenszins dat er materieel meer comfort ter beschikking kan zijn na adoptie, maar een ‘goed’ leven louter in die termen zien is ouderwets paternalistisch. De aanbevelingen uit het rapport houden rekening met het feit dat je een kind niet gedwongen hoeft te verplaatsen om het te ‘redden’ of te helpen. En als adoptie echt zo voordelig is voor kinderen en hun gezinnnen dan zijn er in Vlaanderen ongetwijfeld talloze kinderen die uit de kansarmoede gered kunnen worden door hen te laten adopteren door rijke gezinnen in bijvoorbeeld Dubai, Nigeria of China.

Ook het voorstel om een poule te maken voor pleegzorg waar de wachtende kandidaat adoptieouders deel van zouden uitmaken, stuit op tegenkanting. Pleegzorg zou immers iets heel anders zijn dan adoptie. Met dat laatste ga ik akkoord als ik kijk vanuit het perspectief van kandidaat- adoptieouders. Ik heb mededogen en begrip voor hoe allesverterend een kinderwens kan zijn. Hier wordt veel te vaak aan voorbij gegaan waardoor dit immens menselijk lijden en de impact ervan worden geminimaliseerd en weggedrukt. Binnen pleegzorg wordt nooit de illusie gewekt dat een kind je ‘eigen’ kind kan worden en je blijft ouderschap delen met de ouders, complex en moeilijk maar in het belang van het kind aangezien we ondertussen wel weten dat een persoonlijke geschiedenis zich niet laat uitwissen.

Ik hoor de meeste (kandidaat)adoptieouders ook zeggen dat ze openstaan voor contact tussen hun adoptiekinderen en hun ouders van oorsprong, dat kan dus de drempel niet zijn. Als zorgen voor kinderen in hun belang de essentie is van je verlangen, is het dan nodig om banden door te snijden en je kinderen toe te eigenen als ware ze van jezelf? En waarom zou je dan niet openstaan voor pleegzorg? Als mensen die willen adopteren niet openstaan om kinderen via pleegzorg op te vangen omdat deze kinderen mogelijks (hopelijk) terug bij hun ouders kunnen verblijven na verloop van tijd, over wiens belang gaat het dan in feite? En zouden kandidaat-adoptieouders zich ook aanmelden als er pakweg zoiets als interlandelijke pleegzorg zou bestaan?

Een kanttekening die ik hierbij wil maken is dat kinderen en volwassen uit pleegzorg met minstens zoveel sensitiviteit en kennis van zaken benaderd en opgevolgd dienen te worden dan adoptiekinderen en geadopteerden. Pleegzorg is geen gemakkelijkheidsoplossing om adoptie af te schaffen of te vervangen. Het moet een bewuste, doordachte en onderbouwde keuze zijn van mensen, met ook aandacht voor eigen pijnpunten en kwetsbaarheden qua rouw en verlies, zoals een ongewenst onvervulde kinderwens.

Dat er ook goede adoptieverhalen zijn, is een ander veelgehoord argument tegen de voorgestelde adoptiepauze. Hiermee wordt bedoeld dat geadopteerden en adoptieouders een warme band ervaren en liefde voor elkaar voelen. Ik las nergens in het rapport dat dit ontkend zou worden. De aanbevelingen gaan over het uitbannen van systeemfouten en menselijk leed, niet over het al dan niet mogelijk zijn van affectieve relaties. Ik zou zelfs durven zeggen: dat zou er nog aan mankeren, dat mensen in adoptiegezinnen elkaar niet graag zouden kunnen zien. Het uit de wereld willen helpen van structurele fraude sluit warme menselijke relaties geenszins uit.

Een laatste bedenking die ik regelmatig voorbij zag komen, was dat frauduleuze adopties onfortuinlijkheden uit het verleden zouden betreffen. De realiteit is volgens mij dat niemand dit kan zeggen of weten, critici van adoptie niet, adoptieouders- en diensten evenmin. Of de adopties van de jongere generatie geadopteerden fraudevrij gebeurden, zal de tijd uitwijzen. Vandaar dat er uiterst omzichtig omgesprongen moet worden met de omstandigheden en kaders waarbinnen interlandelijke adoptie nog zou kunnen plaatsvinden. Wanneer de jongere generatie geadopteerden DNA zal beginnen opladen in databanken om zichzelf te vinden, alsook de antwoorden die niemand kan geven, als ze moeilijke en pijnlijke zoektochten zal aanvatten of sociale media zal beginnen uitpluizen op zoek naar een glimp van herkenning bij potentiële verwanten, zullen deze geadopteerden misschien pas ontdekken dat ze bijvoorbeeld helemaal geen wees zijn. Ook nu duiken reeds recente fraudegevallen op, zoals de in 2015 geadopteerde ‘wezen’ die ontvoerd bleken na identiteitsvervalsing en bedrog tegenover hun ouders. Beeld u in dat uw kind ontvoerd wordt maar dat u het na jaren wanhoop niet terugkrijgt omdat andere mensen ondertussen uw plek als ouder proberen in te nemen. Denk ook aan de frauduleus adoptabel gemaakte kinderen uit Ethiopië (adopties tot 2017), waarvan ouders onterecht doodverklaard werden en waarbij kinderen moesten liegen over hun leeftijd.

Het sociaal-wetenschappelijk onderzoek van de UGent hield rekening met klachten tot en met 2020, het juridische rapport van de UAntwerpen het heeft het huidige systeem grondig geëvalueerd. Persoonlijke beledigingen aan het adres van geadopteerden die hun ervaringen deelden en hen wegzetten als uitzondering, rancuneus of labiel lijken me dan ook ongepast en irrelevant.

To pause or not to pause?

In mijn ogen is de voorgestelde adoptiepauze niet alleen te verantwoorden maar ook broodnodig om te hervormen en recht te trekken wat tientallen jaren systematisch verkeerd liep. Ik ben ervan overtuigd dat zo goed als iedereen er voorstander van is om de onregelmatigheden eruit te halen zodat adopties rechtmatig kunnen verlopen. Het internationale adoptieveld is echter zeer complex en structurele veranderingen laten zich niet eenvoudig of snel doorvoeren. Ik erken volmondig dat dit hard is voor kandidaat-adoptieouders, maar ook noodzakelijk om een correct verloop na te streven. Zonder het inlassen van een pauze zal de wachtlijst van kandidaat-adoptieouders bovendien alleen aangroeien aangezien ze nog steeds zullen kunnen instromen voor een onzekere en emotionele procedure zonder zekerheid op transparantie.

De essentie van het rapport en de aanbevelingen zijn niet de particuliere ervaringen die alle betrokkenen beleven, maar wel het hervormen van een bewezen, fraudegevoelig systeem dat potentieel grote menselijke schade berokkent bij geadopteerden, ouders van oorsprong en adoptieouders. Het is verbazingwekkend, en eigenlijk ook schrijnend, dat we over deze aanbevelingen anno 2021 nog zo moeten debatteren en discussiëren. Het beschermen van de rechten van kinderen en hun oorspronkelijke familie alsook het bevorderen van de levenskwaliteit van geadopteerden die hier al zijn, rechtvaardigen deze pauze en vormen de terechte prioriteiten die naar voor komen uit het rapport.

Renate Van Geel werd geboren in Zuid-Korea en na 4 maanden geadopteerd naar België. Ze studeerde Toegepaste psychologie en Sociale en culturele antropologie. Na 11 jaar werken binnen jeugdzorg coacht en begeleidt ze nu geadopteerden en hun omgeving bij de psycho-sociale moeilijkheden waar ze tegenaan lopen. Samen met een mede-geadopteerde uit India houdt ze een blog bij over het dagelijks leven als geadopteerde: Tussen India en Korea – Geadopteerd: van overleven naar leven

17. Wat een jaar

Een goed jaar geleden werd ik wakker met de positieve DNA test in mijn mailbox. Hierop volgde een jaar waarvoor het woord rollercoaster eigenlijk de lading nog niet dekt. Ik heb in mijn leven nooit zo intens gevoeld als het afgelopen jaar, zowel in positieve als in negatieve zin.

De afgelopen maanden voelden rustiger, minder scherp maar ook verdrietig. Ik mis mijn familie echt en ik had eigenlijk geen contact met mijn moeder. Ze heeft zich na mijn bezoek volledig terug getrokken in haar eigen pijn. Ze negeerde mijn berichtjes en blokkeerde me zelfs een tijdje in het chatprogramma dat we gebruiken. Hoewel ik dit rationeel wel kon plaatsen, heeft het me toch gekwetst en het raakte volledig aan het gevoel (voor de 2e keer) afgewezen te worden. Ik had zo gehoopt (en eerlijk gezegd ook gedacht) dat het bij ons anders zou kunnen verlopen. 2 weken geleden stuurde ze dan een berichtje (nadat ik mijn broer had ingeschakeld om af te tasten of we de communicatie terug op gang konden brengen) waarin ze schreef dat ze zich zo schuldig voelde omdat ze nooit iets goeds had kunnen doen voor mij.

Afgelopen zondag belden we voor het eerst sinds begin mei terug met elkaar. Ik was heel blij om iedereen ‘te zien’, zo blij…als een kind en ik zou liefst het vliegtuig op willen stappen om bij hen te zijn. Ik moet even heel erg huilen. Valt dat uit te leggen, hoe intens het gemis en het verlangen kunnen voelen, ook al heb ik dan gevonden.

Ergens halverwege dit woelige jaar ontmoette ik An Sheela in een onlinegespreksgroep voor geadopteerden. Naast een persoonlijke klik delen we ook een grote betrokkenheid op het welbevinden van geadopteerden, inclusief erkenning voor ons verlies met de bijhorende rouw en impact.

Ondertussen zagen we elkaar al regelmatig in real life, onder andere tijdens het 1e deel van onze opleiding tot adoptiecoach.
Aangezien we allebei al eens graag iets aan papier toevertrouwen, hebben we besloten samen te bloggen over ons dagelijks leven en hoe adoptie ons daar regelmatig inhaalt.
Ik vermoed dat geadopteerden (h)erkenning kunnen vinden in hoe we adoptie soms op de meest onverwachte momenten tegen komen. Voor niet-geadopteerden kan het verrijkend zijn en voor een bredere kijk op het thema zorgen om onze dagelijkse beslommeringen als geadopteerde mama’s, partners, werknemers, collega’s, vriendinnen,… mee te volgen.

Welkom op www.tussen-india-en-korea.be

16. Er beweegt iets

Het doet me plezier nog eens te kunnen schrijven. De laatste keer was ik geëindigd met de boodschap dat ik jullie op de hoogte zou houden van eventuele concrete stappen en plannen die toen nog vaag in mijn hoofd ronddwaalden.
Ik kan misschien starten met hoe het me vergaan is sinds mijn laatste post. Om eerlijk te zijn heb ik daar geen eenduidig antwoord op, het varieert van dag tot dag en soms verandert het ook meerdere keren in de tijdsspanne van 1 dag. Over het algemeen gaat het best goed, in die zin dat ik véél minder pijn en verdriet heb dan voordat ik in Korea was geweest. De aanrakingen van mijn moeder en mijn familie lijken mij en mijn lichaam in zekere zin getroost en gekalmeerd te hebben.
De eerste weken na terugkomst leefde ik wat op adrenaline denk ik. De nieuwe ervaringen zochten hun plek en ik kon nog niet goed voelen wat dit allemaal betekend had. De eerste keer dat ik terug belde met mijn familie werd ik wel weer overvallen door verdriet. Hen allemaal samen zien op de plek waar ik een paar weken ervoor zelf nog tussen hen in had gezeten, deed me voor de 1e keer sinds ik terug was huilen. Nadien is dat gevoel van verlies, van rouw, gebleven, met tussenpozen weliswaar, maar het vindt regelmatig zijn weg naar buiten. Ook de vraag hoe het nu verder gaat, hoe we ons kunnen (blijven) verbinden, houdt me bezig. Beseffen dat we ondanks alle affectie nooit de relatie zullen kunnen opbouwen waar ik naar verlangde en op hoopte, blijft bikkelhard.
Onze fijne hereniging is geen eindpunt of een louter happy end maar het begin van iets wat misschien heel mijn leven zal duren: leren omgaan met het feit dat je je nooit echt compleet voelt en dat 2 delen van jezelf steeds in tegengestelde richting aan je trekken, het zoeken naar een evenwicht daarin, het voelen waar je thuis hoort en waar je wil zijn.
Momenteel heb ik met mijn moeder weinig contact, ze reageert niet op mijn berichtjes. De laatste keer dat ze zelf stuurde, liet ze weten dat ze geen zin had om buiten te komen en dat ze in het ziekenhuis had gelegen. Via mijn zussen vernam ik dat zij vonden dat het niet goed ging met haar, ze leidden dit bijvoorbeeld af uit het feit dat ze bij haar gingen eten maar dat mijn moeder niet gekookt had voor hen. Hoewel ik het natuurlijk liever anders had gezien, begrijp ik heel goed dat zij op haar beurt ook een ontzettend pijnlijk proces doormaakt. Ik wacht geduldig af en laat regelmatig iets van mij horen zonder verdere verwachtingen.

De kinderen zijn erg bezig met hun Koreaanse kant. Nia lijkt er fier op en noemt zich onomwonden half Belgisch-half Koreaans, terwijl ik het zelf soms nog zo moeilijk vind om mijn Koreaanse stuk te erkennen. Ik hoop dat ze dat niet zegt omdat ze denkt mij hiermee te plezieren. Ze stelt me vragen waar ik het antwoord soms op moet schuldig blijven maar waardoor ik telkens weer ga nadenken over waar ik sta.
En er is niemand die zo enthousiast en luid Happy birthday in het Koreaans kan zingen als Ilja doet. Ik kijk met een mengeling van trots en verwondering naar hen, naar de vanzelfsprekendheid en de schijnbaar complexloze manier van zijn wat betreft dat stukje van hun identiteit op dit moment. Ik ben er jaloers op.
Naast de emotionele beleving van de afgelopen weken en maanden lijkt het toch alsof er een aantal zaken in beweging werden gebracht waardoor er knopen konden worden doorgehakt.

  • Ik ben afgelopen week gestopt met de Koreaanse les. Ik voelde er na terugkomst een soort van weerstand tegen en het lukte me totaal niet meer om iets te leren of te onthouden. De taal die ik nooit goed (genoeg) zal leren spreken voelde als symbool bij uitstek voor alles wat nooit zal zijn.
  • Ik stop vanaf september met mijn job op het CLB. Hoewel het voor mij al lang duidelijk was dat ik niet meer kon en wilde functioneren binnen het huidige systeem van jeugdzorg en onderwijs, bleek het tot nu toe ook heel moeilijk om de veiligheid van een vaste benoeming, waardering en heel fijne collega’s achter me te laten.
  • Ik ben in mei gestart met een intensieve coachingsopleiding die in juli afgerond zal zijn om geadopteerden te begeleiden. Volgende week start ik nog met een andere opleiding rond trauma en verlies bij kinderen, die eventueel te vervolledigen is als therapieopleiding (een meerjarenplan dus).
  • En last but not least, na jaren aarzelen, ben ik gestart met een eigen praktijk voor ouder- en gezinsbegeleiding, individuele coaching, coaching en begeleiding van geadopteerden en mensen uit pleegzorg. Wie nieuwsgierig is, kan een kijkje nemen op www.renatevangeel.be

Het is dus druk geweest, verwarrend en chaotisch ook, met nadenken, twijfelen, beslissingen nemen, acties uitvoeren en soms ook wel voelen. Nog niet alle ronddwalende, vage plannen in mijn hoofd zijn al uitgeklaard en geconcretiseerd, maar niet alles kan tegelijk zeker?
Ondertussen blijf ik, een beetje tegen beter weten in, hopen dat de quarantaine in Korea wordt opgeheven zodat ik in augustus mijn gezin met mijn familie kan laten kennis maken.

15. ‘Hoe is ‘t?’

Zelden klonk deze vraag meer oprecht dan de afgelopen dagen, dus ik schrijf er met plezier nog een antwoord op.

Ik was dinsdag 7 uur te vroeg op de luchthaven van Seoul (dat kwam zo uit met de andere vluchten die mijn zus, moeder en ik die dag namen of nog moesten nemen). Toen ik na 4 u wachten eindelijk mijn bagage kon afgeven, was ik aan het popelen om wat rond te kuieren, te shoppen en nog een keer lekker Koreaans te eten. Helaas bleek mijn vlucht in vertrekhal 2, van wat normaal 1 van de drukste luchthavens van Azië is, de enige tussen 18u ’s avonds en 9u ’s morgens. Bovendien telde mijn vlucht slechts rond de 50 passagiers… Toen ik door de security was, bleek de boel daar dus nog doodser dan in de vertrekhal: er was geen enkel restaurant open (tenzij je Starbucks en diens naar rubber smakende muffins meetelt) en ook bijna alle winkels waren dicht.

Bij het boarden en opstijgen, speelde mijn vliegangst nogal op (‘Het is nu echt niet het moment om neer te storten’), maar tot mijn verbazing stonden opeens 3 blauwe mannetjes met champagne, lekker eten, kadootjes en een heel lief kaartje naast mijn stoel. De crew was ingeseind door een vriend van een vriend van mijn zus en ik werd extra in de watten gelegd. Met dank aan de champagne lukte het me om te ontspannen en best goed te slapen, tot een uur voor de landing.
Ook op Schiphol was het akelig rustig, mijn bagage lag al op de band toen ik er aankwam. Het weerzien met Johan was heerlijk, een beetje emotioneel. Ik kon me even opfrissen in het hotel waar Johan had geslapen en ik kreeg er nog een zalig ontbijt op de kamer bovenop, voor het eerst in 3 weken had ik honger.

Hoewel ik het eerst niet van plan was (elkaar na 3 weken knuffelen met mondmasker terwijl half Heide er op staat te kijken, klonk niet heel aanlokkelijk), bleek de drang tegen 12u toch te groot en ging ik mee om de kinderen op te halen van school. Het was zalig, fantastisch en heel intens om hen na 3 weken terug in de armen te kunnen sluiten en te voelen dat we elkaar enorm gemist hadden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die 3 weken in Korea zo erg in mijn ‘dochterrol’ zat, dat het gemis voor mij daar is meegevallen.

Ik vond vrijwel onmiddellijk mijn draai terug in de praktische, dagelijkse gang van zaken. Hoewel ik heftige verhalen had gehoord van andere geadopteerden over terugkomsten (die ik me overigens levendig kan voorstellen) voelde ik me (ondanks verdriet, zeker als ik aan mijn moeder denk) blij om terug te zijn, rustig en eigenlijk wel goed. Ik heb zelfs even gepolst bij m’n therapeut of dat wel normaal was, na haar nuchtere geruststelling (‘Oh, wil je een probleem? Dan kan ik er altijd wel een paar suggereren voor je.’) kan ik vertrouwen op mijn gevoel en genieten van het feit dat ik me gewoon kalm en goed voel.
Ik hoop dat ik die scherpe fase van rouw, van bijna ondraaglijke pijn, van me incompleet en behoeftig voelen en van huilen als een baby in de maanden voor de hereniging heb doorgemaakt waardoor dit nu een wat milder en minder acuut verloop kent, al komt rouw in periodes, op de meest onverwachte momenten.
Ik ben naar Korea vertrokken met de verlangens van een baby. In de veilige cocon van de quarantaine konden zowel mijn moeder als ik in deze unieke setting onze behoefte aan elkaar zo goed mogelijk vervullen. We konden ons volledig en eenduidig wijden aan onze moeder- en dochterrelatie en dat bleek precies wat we beiden nodig hadden. Hoewel ik nu des te meer besef dat het gigantisch riskant was om het op deze manier te doen, is het voor ons misschien wel een groot kado gebleken om die quarantaineperiode met elkaar te moeten/kunnen spenderen. Het lijkt alsof ik na de quarantaine gegroeid ben zodat ik terug naar België kon vertrekken als puber.
Ik kan maar moeilijk bevatten dat het misschien nog wel een jaar of langer zal duren voordat ik terug kan gaan. Mijn moeder stuurde dat ze zich in mijn kamer heeft teruggetrokken, haar verdriet raakt me diep en doet me pijn.

Laat me de meest prangende vragen na ‘hoe is ‘t’ beantwoorden:

  • Mijn bril zit als gegoten, dank je.
  • Mijn zus is niet boos en we hebben geen ruzie, ze is fier en heel blij voor mij.
  • Ik heb niet meer gesquat (sorry, appa).
  • Een boek schrijven zou toch vooral voelen als meedoen aan Idool omdat je vrienden zeggen dat je goed kan zingen… De 30-plussers onder ons herinneren zich vast nog wel dat dat nooit een goed idee bleek.

Ik broed op verschillende toekomstplannen: wild en doordacht, vaag en concreet, zowel privé als professioneel. Als er ooit eentje uitgewerkt geraakt, deel ik het graag met jullie.
Maandag ga ik terug werken, de 1e vriendinnen zijn gezien en de dates voor komende weken werden gepland. Maar nu wacht nog een weekendje heerlijke rust…

14. Terug naar huis

Op dit moment ben ik op de luchthaven in Seoul nog aan het nasnotteren nadat mijn moeder en oudste zus net zijn vertrokken. Ik heb mijn PLF formulier ingevuld en zoals verwacht, hoef ik niet in quarantaine als ik terug kom. Omwille van het zeer lage aantal covidbesmettingen is Korea een groene zone.

Het verhaal van mijn moeder zindert nog na, zowel bij haar als bij mij. En ik maak me na het horen van haar beleving nogmaals de bedenking waarom wij als samenleving nog steeds lijken te denken dat vrouwen, en gezinnen (van kleur?), in probleemsituaties goed of zelfs het best geholpen worden door hen voor altijd te scheiden van hun kind. Is het niet hoog tijd om te starten met de denkoefening hoe deze ‘hulp’ anders kan, nee moet, ingevuld worden en in vraag te stellen wie er precies geholpen wordt en wiens belang eigenlijk gediend wordt door moeder en kind te scheiden.

Van mijn 2e zus en mijn vader nam ik vrijdag al afscheid, vooral dat van mijn vader was emotioneel. Toen mijn zus me donderdag vertelde dat ze niet mee naar de luchthaven kon komen vandaag en dat het afscheid vroeger zou plaatsvinden dan ik verwacht had, reageerde vooral mijn lichaam daar onmiddellijk op met misselijk worden en 3x overgeven.

Bij mijn broer en zijn vrouw in Jeju was het heel fijn, de klik van vorige week voelden we nog steeds. Ze hebben hun uiterste best gedaan om mij zoveel mogelijk te laten zien en hebben hiervoor kosten noch moeite gespaard. Mijn broer is degene van het gezin die mij het meest als volwassene beschouwt en ook zo behandelt, wat ook weer wel fijn was. Hij en zijn vrouw hebben de wens dat we een ‘global family’ kunnen zijn en in de toekomst eender waar ter wereld kunnen afspreken om samen te reizen, een prachtidee in mijn ogen. Zijn vrouw was gisteren al aan het zoeken naar een geschikt huis voor ons waar we vakanties kunnen doorbrengen als we naar Jeju komen.

De laatste 2 dagen hebben mijn moeder en ik wat rond elkaar heen bewogen en ons als het ware terug getrokken van elkaar, alsof we elkaar wilden vermijden om het vertrek niet te moeilijk te maken. Bovendien was ze de voorlaatste avond erg dronken geworden (zoals nog nooit in haar leven als ik haar en mijn broer mag geloven), eerst zong ze heel luid, daarna heeft ze heel erg gehuild en was ze volledig de controle over zichzelf kwijt. Ik moest haar troosten en ondersteunen. Hoewel ik begreep waar deze emoties vandaan kwamen, was ik hierdoor heel erg van slag en voelde ik de nood om afstand te nemen, ik werd eerlijk gezegd wat afgestoten door haar zo te zien en ik had totaal geen behoefte aan deze verschuiving qua positie waarin ik geacht werd te zorgen voor haar.

Vannacht heb ik geen oog dicht gedaan en vanmorgen stond ik misselijk op. Verder heb ik deze laatste dag wel rustig beleefd, bij het afscheid van mijn broer overheersten dankbaarheid en blijdschap over onze dagen samen.
Mijn oudste zus en mijn moeder hebben me dan net op de luchthaven afgezet. Deze laatste minuten vond mijn moeder geschikt om nog wat gevoelige vragen te stellen, zoals of ik het niet pijnlijk vind om oude gezinsfoto’s te zien zonder mezelf erop en of ik het niet heel erg vind dat ze na mij nog een kind heeft gekregen, dus mijn zus en ik waren al een tijdje aan het huilen geslagen. Het afscheid was intens en emotioneel, ik kan het moeilijk beschrijven.
Normaal gezien zouden we komende zomer met heel het gezin Korea willen bezoeken maar als de quarantaineplicht in Korea dan nog niet is opgeheven, is dat niet haalbaar. Het is dus onzeker wanneer ik mijn familie weer zal zien, dat maakt weggaan extra moeilijk. Hoewel ik hen niet (opnieuw) verlies, maar juist heb teruggevonden, overheerst momenteel toch de pijn en verdriet om te moeten vertrekken.
Ook voor mijn moeder was het heel pijnlijk om haar pas gevonden dochter terug te moeten ‘afgeven’, net voor het weekend had ze ineens een aantal kale plekken, de dokter sprak van acute haaruitval door stress.
Mijn hereniging tot nu toe is zeker 1 van de fijnste waarvan ik al gehoord heb. Vaker is het een verhaal van aantrekken en afstoten, van kwetsen en gekwetst worden. Ik ben dus uiterst dankbaar voor hoe het allemaal is verlopen, voor wat ik heb gekregen en voor wat ik heb kunnen geven, en voor nu zeg ik: so far, so good.

Er waren de afgelopen 3 weken uiteraard ook lastigere momenten en ergernissen:

  • het feit dat ik in de ogen van mijn ouders een kind was, hield ook in dat ik zelf weinig keuzes of beslissingen mocht maken. Meestal vond ik dat niet erg, maar een aantal keer zorgde dit ook wel voor wat irritatie. Zoals die keer dat mijn vader een halve dag in het Koreaans tegen mij preekte waarom ik best geen cola kon drinken omdat dit slecht is voor mijn gezondheid en die keer toen ik een nieuwe valies kocht en mijn moeder het volledig oneens was met mijn keuze.
  • mijn moeder blijkt 1 van die mensen te zijn die bang is dat het vliegtuig zonder haar gaat vertrekken en iedereen onderweg zowat omver maait als ze denkt dat het tijd is om in te stappen, geen houden aan.
  • ze is van het ietwat koppige en lichtjes eigengereide type (ahum), op bepaalde momenten valt er dus niks tegenin te brengen.
  • in Jeju sliep ik samen met haar omdat er maar 1 slaapkamer was, toen ze om 6u ’s morgens filmpjes begon te kijken op haar gsm heb ik toch meer dan 1x moeten slikken.

Met het weerzien in zicht kan ik het mezelf toelaten stil te staan bij mijn gezin waar ik hevig naar verlang. Elke dag heb ik minstens 1x gebeld met de kinderen. Ilja huilde al 2 dagen nadat ik was vertrokken omdat hij wilde dat ik terugkwam, dat heeft zich nog een aantal keer herhaald. Maar voor zover ik nu kan beoordelen hebben de kinderen en Johan het goed gesteld, met veel leuke dingen en met ruimte voor verdriet en gemis.
Ook met mijn liefste zus had ik veel contact, ze heeft me dagelijks gebeld, haar steun was heel belangrijk voor mij.
Een oprechte en uiterst dankbare dankjewel aan elk één van jullie, om mij te volgen van ver en heel nabij, voor de berichtjes, de telefoontjes, het mee lachen, het mee huilen en jullie warme bad van betrokkenheid. Jullie hebben mij aangemoedigd en gedragen doorheen de moeilijke momenten.
Home is where the heart is, dus ik vertrek terug richting huis. Maar het mag duidelijk zijn dat een stukje van mezelf en van mijn hart in Korea blijven.

13. Verhaal van een moeder

‘Mijn naam is Yoon Sang Im en ik ben 68 jaar in jullie jaartelling. Ik heb een oudere broer en een oudere zus, 2 jongere broers en 1 jongere zus. Ik ben getrouwd met Song Han Min en heb 4 kinderen.
Mijn huwelijk was en is een grote beproeving, mijn kinderen en ik hebben geleden en afgezien onder de drankverslaving en de agressie van mijn man.
Toen mijn 2 oudste dochters jong waren, vluchtte ik regelmatig van huis en verbleef dan bij familie, ook mijn 2 oudste dochters bracht ik geregeld onder bij grootouders of tantes. Dat mijn 2 jongste kinderen konden geboren worden, mag een klein wonder heten, mijn man mishandelde me zwaar tijdens deze zwangerschappen.
Ik stond er alleen voor, hij dronk veel, kwam vaak in aanraking met de politie en bracht geregeld periodes in de gevangenis door omwille van openbare dronkenschap en agressie.
Het was in deze omstandigheden dat ik voor een 3e keer zwanger werd, mijn man was vaak weg van huis, god mag weten waar hij dan uithing. Ik zag op dat moment niet hoe ik mijn kinderen zou kunnen laten opgroeien en besloot hen af te staan voor adoptie. Voor mijn oudste dochters lukte dat niet, zij waren officieel erkend als onze kinderen en ik alleen kon hen niet afstaan.

Aera stond ik af vanaf haar geboorte, mijn jongste zus was bij de bevalling. Ik gaf Aera haar naam en keek naar haar. Ik mocht haar niet vasthouden. Na de bevalling ging ik gelijk naar huis, maar mijn lichaam was ziek, ik heb ook fysiek zwaar afgezien toen.
Ik heb met niemand kunnen spreken over wat er toen gebeurd is. Mijn zus, die bij de bevalling was, haatte mijn man, bij haar kon ik niet terecht met mijn verdriet.
Toen de vader van Aera terug thuiskwam, vertelde ik hem dat ze doodgeboren was. Hij heeft heel lang niet geweten wat ik gedaan had.
Ik zie het afstaan van Aera als de zonde die ik in mijn leven begaan heb. Als boetedoening ben ik bij mijn man gebleven en heb ik de rest van mijn gezin samengehouden.
Binnen een week na de bevalling had ik al spijt van mijn beslissing en keerde ik terug naar het ziekenhuis om haar op te halen. Ze vertelden me daar dat Aera al ver weg was, naar andere ouders. Ik vernam zopas, na meer dan 36 jaar, dat Aera nog niet weg was toen ik haar terug wilde ophalen. Ik kan niet geloven dat iemand hierover zou liegen tegen een moeder, daarom twijfel ik nu: ging ik wel terug na een week? Of was het dan toch pas na 4 maanden?
Ik zag ook het adoptiedossier dat in Korea werd opgemaakt, dit staat vol onwaarheden. Ik begrijp niet waarom iemand een kind zou wegsturen met een verzonnen verhaal.
4 jaar nadat Aera geboren was, kreeg ik nog een zoon.

Mijn man heeft 24 jaar niet kunnen en willen werken omwille van zijn drankprobleem, ik heb zelf gewerkt en ik heb ook financieel weten te overleven. We hebben vaak armoede gekend. Ik heb allerlei klusjes en jobs gedaan en heb beetje bij beetje geld opzij weten te leggen. Het huis waarin we nu wonen, heb ik uiteindelijk kunnen kopen. Mijn kinderen hebben kunnen studeren omdat ik het geld hiervoor achterhield. Van hun vader mochten de kinderen niet studeren maar ik vond dat belangrijk. Ons gezin had een slecht reputatie in onze buurt.
Ik ben trots op mijn kinderen, ze zijn ondanks alles goed opgegroeid.

Ik dacht vaak aan Aera, aan hoe het met haar zou gaan. Ik heb veel pijn gevoeld over wat er toen gebeurd is. Mijn oudste dochters hebben altijd geweten dat Aera ergens was en ze zijn heel hun jeugd getuige geweest van mijn verdriet.
Ik zat in de bus toen mijn zus mij belde om te zeggen dat mijn dochter mij zocht, ik was compleet in shock en men moest mij naar het ziekenhuis brengen om te bekomen. Ik heb dagenlang gehuild.
Ik was wel gerustgesteld te weten dat het goed met haar ging, dat ze een gezin heeft en een mooi leven heeft op kunnen bouwen.

En nu is ze teruggekomen, als een vreemde die toch heel vertrouwd voelt. Ik ben zo dankbaar dat ze mij heeft gezocht en heeft gevonden, dat ze mij lijkt te kunnen vergeven voor wat ik heb gedaan. Ik was bang dat ze mijn eten niet zou lusten maar ze zegt dat ze het lekker vindt, ook al vind ik dat ze niet veel eet.
Mijn man stopte 10 jaar geleden met drinken. Ik zie dat Aera en hij veel affectie voor elkaar voelen. Eerlijk gezegd vind ik dat moeilijk om te zien. Het is zijn schuld dat alles zo is moeten lopen. Ik schaam me voor onze levensomstandigheden, ik had haar graag een betere leefsituatie kunnen bieden.
Ik ben haar man heel dankbaar. Ik denk dat hij de beste man is die er bestaat, omdat hij goed voor haar zorgt en 3 weken voor de kinderen heeft willen zorgen zodat Aera naar mij zou kunnen komen.
Ik heb het gevoel dat ik dood ben geweest, maar nu voelt het alsof ik eindelijk terug leef. Ik heb 3 weken haar liefde en affectie mogen voelen, maar nu gaat ze terug naar België, ik wou dat ze kon blijven.’

* Dit verhaal werd opgetekend en gedeeld met toestemming van mijn moeder.

12. Korte update

Deze keer houd ik het bij een snelle, korte update (voor wie het aanbelangt: geen zakdoeken nodig deze keer).

  • sinds gisterenmiddag mag ik naar buiten.
  • ik heb een marktje bezocht met mijn moeder.
  • ’s avonds ben ik met mijn zus een bril gaan kopen en zijn we iets gaan (!) eten.
  • ik heb een 2e valies gekocht om de kado’s die mijn familie mij geeft mee te kunnen nemen.
  • vandaag wil mijn andere zus met mij gaan shoppen (iets met kado’s) en vanavond gaan we naar een visrestaurant (Busan ligt aan de zee, de vis is heerlijk en kraakvers).
  • vanavond neem ik al afscheid van mijn 2e zus, zij kan niet naar de luchthaven komen als ik vertrek.
  • morgen vertrek ik met mijn moeder naar mijn broer die in Jeju (eiland) woont, vandaaruit vlieg ik dinsdag naar Seoul om het vliegtuig naar België te nemen.
  • morgen neem ik dus ook afscheid van mijn vader.
  • ik kijk ernaar uit om mijn broer weer te zien, meer vis te eten en wat in de natuur te zijn.
  • mijn maag protesteert tegen al dat afscheid nemen.

PS: Hebben jullie de foto’s al gezien? Je kan ze vinden op deze blog en op Instagram (renatekorea1).

11. Hechting en relaties

Een in meer of mindere mate verstoord hechtingspatroon zorgt ervoor dat nogal wat geadopteerden botsen op moeilijkheden bij het onderhouden van (gezonde) relaties. Hechting is een proces van interactie, tussen een kind en 1 of meerdere verzorgers, dat leidt tot een duurzame affectieve relatie en kan beschouwd worden als glijdende schaal (van obstakels in de emotionele ontwikkeling tot hechtingsstoornis). Veel onveilig gehechte kinderen zijn een meester in het verbloemen van hun eigenlijke problemen, alsook in het taxeren en bespelen van anderen. Dit maakt deel uit van hun overlevingsstrategie. De basis van het handelen van onveilig gehechte kinderen is een diepgewortelde angst.
Een baby heeft zijn omgeving nodig om zijn behoeften te bevredigen: eten, drinken, warmte, genegenheid,… zijn noodzakelijk om goed te overleven en harmonieus op te groeien. Een kind leert ‘als vanzelf’ dat verzorgers in alle behoeften voorzien. Er is sprake van een basisvertrouwen. Door het ervaren van onvoorwaardelijke zorg en genegenheid leert een kind zelf initiatief te nemen, ook tegen de wil van de verzorgers in, zonder dat hij bang moet zijn om hun liefde kwijt te geraken. Er ontstaat een evenwicht tussen het zoeken van nabijheid van de verzorger en het loslaten ervan (exploreren van de wereld). De basis voor een veilige hechting wordt op zeer jonge leeftijd gelegd, volgens recente inzichten zelfs prenataal.
Een veilige hechtingsrelatie is als een beschermende laag rond de persoonlijkheid die de weerbaarheid in het leven vergroot.

Ik haal hieronder een aantal risicofactoren voor onveilige hechting aan.  Er kunnen tegelijkertijd ook beschermende factoren zijn waardoor deze risicofactoren worden gecompenseerd, zelfs alle risicofactoren samen zijn geen ‘garantie’ op een onveilige hechting, maar ze vormen wel een zekere kwetsbaarheid ervoor.
Risicofactoren  bij ouders voor een onveilige hechting zijn onder andere gebrek aan responsiviteit en sensitiviteit, weinig toegankelijkheid en beschikbaarheid, ouders die zelf hechtingsproblemen kennen, relationele problemen, onverwerkte trauma’s, psychische problemen,…
In de gezinscontext kunnen onder andere de sociaaleconomische situatie, stress, relatieproblemen, wisselende relaties, mishandeling en verwaarlozing risicofactoren zijn.
Qua kindkenmerken zijn bijvoorbeeld trauma, opvallende lichamelijke handicaps, kinderen uit draagmoederschap, adoptie- en pleegkinderen, vervang- en verzoenkinderen, geboortecomplicaties, couveuseverblijf, moeilijk temperament, huilbaby, verlies van 1 van de verzorgers,… factoren die het risico op onveilige hechting vergroten.

Hechtingsproblemen kunnen dus optreden bij alle kinderen die om 1 of andere reden het basisvertrouwen met de verzorger(s) hebben moeten missen. Bij geadopteerden ontstaat dit onveiligheidsgevoel door afgestaan te worden en door de scheiding van de moeder. Als adoptieouders sensitief en responsief omgaan met dit gegeven, kunnen zij een beschermende factor vormen (naar wat ik lees kan deze zogenoemde ‘oerwonde’ evenwel niet geheeld worden). Als er door adoptieouders en omgeving  wordt voorbij gegaan aan deze kwetsbaarheid, kan het onveiligheidsgevoel versterkt worden.
Mogelijke, externaliserende, gevolgen van een onveilige hechting kunnen onder andere zijn: weinig vertrouwen in zichzelf en de omgeving, minder exploreren (en minder leren), problemen met gezagsaanvaarding, fysieke klachten, afwijkend gedrag door niet begrijpen van sociale regels, gebrekkige sociale vaardigheden, vertraagde of verstoorde gewetensontwikkeling, minder neurologische verbindingen (dus letterlijk andere hersenen), overmatige afhankelijkheid, impulsief gedrag, depressie, drang naar controle (machtsstrijd), uitdagend gedrag, zich tekort gedaan en onbegrepen voelen, zich afgewezen voelen, geen relaties aangaan, wisselende en oppervlakkige relaties aangaan, onderpresteren op school, snel afgeleid, moeilijk kunnen concentreren, gevoel van waardeloosheid, hevige faalangst, leven in het moment (weinig verleden of toekomst in beeld), plotse stemmingswisselingen door ogenschijnlijk onbelangrijke triggers die appelleren aan onveiligheidsgevoel, hyperalertheid, drang om zich te bewijzen, druk en onrustig gedrag.
Observeerbare gedragsproblemen, aandachts- en concentratieproblemen alsook leerproblemen zouden vaker door een hechtingsbril bekeken moeten worden. Dit zichtbaar gedrag valt vaker onder emotionele ontwikkeling dan gedacht wordt.
Wanneer een onveilige manier van hechting geïnternaliseerd wordt, is het beeld van het ‘perfecte’ kind observeerbaar. Als een kameleon weten deze kinderen zich zeer sociaal wenselijk in te passen volgens de geldende verwachtingen en binnen uiteenlopende situaties, ze doen er alles aan om mensen tevreden te stellen, ook dit is een overlevingsstrategie om niet (opnieuw) afgewezen te worden. Psychosomatische klachten zijn vaak de enige manier om te merken dat het niet zo ‘goed’ gaat als het lijkt.

Wat ik van andere geadopteerden vaak hoor, is dat ze zichzelf eigenlijk niet de moeite waard vinden en niet kunnen geloven dat mensen met hen willen omgaan, immers als je eigen moeder je afstond, is het dan mogelijk dat iemand anders je wel ‘wil’? In relaties uit zich dat vaak in eindeloos testgedrag om uit te zoeken of de andere wel betrouwbaar en veilig is en of hij de geadopteerde niet in de steek zal laten. Zowel (extreme) verlatingsangst als bindingsangst komen voor. Vaak worden relaties door de geadopteerde zelf ‘gesaboteerd’, uit schrik om verlaten en afgewezen te worden, hun eigen grootste angst steeds waarmakend.

Hoewel ik hier zeker mijn gevoeligheden in heb, en Johan soms serieus heeft afgezien wat dat betreft, ben ik de dankbare en gelukkige vriendin, zus en vrouw van mensen die ik al heel lang ken, waar ik heel veel van hou en die ook heel veel van mij houden.

Mijn lieve zus, we hebben samen heel wat watertjes doorzwommen. Toen we opgroeiden, probeerde ik voor je te zorgen en je te beschermen. Ik was misschien meer moeder dan zus. Toen we allebei volwassen werden, kostte het mij moeite om deze rol los te laten en je je eigen keuzes te laten maken.
We zijn best verschillend, maar ik houd meer van jou dan ik kan zeggen en ik zal altijd voor je zorgen, ook als jij dat zelf niet wil 😉 Ik ben trots op jou, kleine zus.

Lieve Johan, mijn lieve man. Wie of wat zou ik zijn zonder jou, toen maar ook nu nog?
Je gaf me het cadeau van onvoorwaardelijke liefde.
Ik weet dat ik het je soms moeilijk heb gemaakt, maar jij kon blijven geven en daarmee heb je me voor een groot stuk weten te helen.
Dat ik een gevende moeder kan zijn voor onze kinderen heb ik voor een groot deel aan jou te danken. Jij bent mijn (stille) kracht en mijn geheime wapen tegen het leven. Je geeft mij rust en gerustheid, wat er ook gebeurt, bij jou ben ik thuis.

Sien, Nele en Loes, een speciale vermelding voor jullie, als steunpilaren van mijn leven. Jullie leerden me wat ‘normaal’ is, fungeerden tijdens mijn puberteit als gezond referentiekader en buitenwereld. Via jullie ogen kon ik mijn eigen situatie helderder zien. Ik kan niet zeggen hoe waardevol dit is geweest voor mij.
Onze vriendschap is echt en hecht, zonder taboes, we kennen elkaar op zo goed als alle mogelijke manieren en meestal aanvaarden we elkaar zonder meer. Ik houd ontzettend veel van jullie!

Mijn lieve andere vriendinnen (you know who you are), dank je voor alle houvast, lichtpunten en geluksmomenten die jullie mij gebracht hebben en nog zullen brengen.

10. Op de helft

Het is zondagavond inmiddels. Ik heb een heel fijn weekend gehad. Mijn broer en zijn vrouw konden dankzij een creatieve oplossing toch al op bezoek komen en zo was de hele familie voor een dag en een lange avond/nacht samen. Laat ons zeggen dat ik de indruk heb dat mijn familie niet de meest conformistische is. Hij heeft mij uiteindelijk zover gekregen om ’s avonds een ritje in de auto te maken naar 1 van de stranden in Busan, we zijn ook even uitgestapt en hebben 5 minuutjes gewandeld. Na anderhalve week deed dit ontzettend veel deugd, moet ik eerlijk zeggen.
In de categorie (luchtige) weetjes:

  • ondanks de zeer lage coronacijfers is het me vooralsnog een raadsel hoe dat hier wordt klaar gespeeld. Buiten worden er wel mondmaskers gedragen, maar binnen of in de auto niet, afstand wordt niet gehouden en er wordt gewoon in het rond gehoest.
  • mijn moeder bekijkt zo een 58 keer per dag de aandelenkoers. Ofwel is ze rijk ofwel heeft ze een hele rare hobby.
  • studeren en naar een goede universiteit gaan, zijn absoluut prioritair in de Koreaanse samenleving. Kinderen volgen vanaf zeer jonge leeftijd uren bijles voor en na school om uit te kunnen blinken. Alle eer van ouders en leerkrachten wordt gehaald uit de studieresultaten van hun kinderen. Dit zorgt voor zeer veel druk en een heel prestatiegerichte maatschappij (hoe zou ik dàt in godsnaam ooit overleefd hebben). Ik was zo verheugd te horen dat de kinderen van mijn oudste zus weliswaar Engelse les volgen maar dat zij en haar man het vooral belangrijk vinden dat de kinderen kunnen doen wat ze leuk vinden en waar ze goed in zijn. Hoe gangbaar dit voor ons ook klinkt, in Korea is deze redenering echt wel uitzonderlijk.
  • vol ongeloof waren mijn broer en zussen over het feit dat mensen die in België in loondienst werken, maar rond de 40 uur per week presteren. Dat er opties bestaan om nog minder te werken, vinden ze helemaal onvoorstelbaar. De eerste plannen om naar België te komen zijn dan al gemaakt…
  • ik mag van mijn moeder pas naar buiten, het dakterras op, als mijn haar droog is. Hoewel het hier 20 graden is, bindt ze mij dan een sjaal om en moet ik een jas aan, ik zou het maar eens koud moeten hebben… (hoewel ik in België zelden een jas draag als de temperatuur boven het vriespunt komt).
  • mijn broer en zussen noemen mijn moeder ‘boeddha’ omdat ze altijd zo rustig is.
  • onze enige avond/nacht met heel het gezin samen werd een stevig drink- en eetfestijn. Er werd gepraat, er werd veel en hard gelachen en er werden langs alle kanten steekjes onder water uitgedeeld. Wanneer iemand zijn glas leeg was, werd er onmiddellijk bijgeschonken (iets met cultuur…). Ik kan zelf redelijk wat verzetten, zowel qua eten als drinken, maar de rest van mijn familie speelt wat dit betreft buiten categorie. Alleen mijn moeder eindigde vrij snel, luid snurkend onder een stapel jassen. Het werd een avond met een gouden randje, of zoals mijn broer het verwoordde: it feels like a dream, I don’t want it to end.

Ik heb met mijn broer ontzettend hard gelachten. Net toen ik mij bedacht dat mild sarcasme en ironie een taalbarrière en vertaalapp blijkbaar doorstaan, zei hij: andere taal, zelfde humor.
We hebben ons verbaasd over bepaalde opvallende gelijkenissen in ons leven tijdens het opgroeien en we herkenden de innerlijke kracht in de ander die er mee voor gezorgd heeft dat we alle 4 het fijne leven konden opbouwen dat we nu leiden.
Als ik hoor wat mijn moeder allemaal heeft doorstaan en hoe ze zich daar met alle mogelijke waardigheid doorheen geslagen heeft, kan het niet anders of we danken onze veerkracht aan haar. Ik merk dat haar kinderen vaak en graag op bezoek komen, veel voor haar en elkaar over hebben. Het doet me vermoeden dat ze voor hen een fijne moeder moet zijn geweest. Zoals ik haar de afgelopen dagen heb leren kennen als goedlachse, gulle, warme, optimistische, zelfstandige, tikje rebelse en zorgende vrouw, durf ik haar nu al een voorbeeld te noemen.
Ik merk dat mijn vader zijn affectie iets spontaner en complexlozer kan tonen. Ergens heb ik het gevoel dat mijn moeder, ondanks de affectie die ze geeft, zich toch wat inhoudt. Als we elkaar knuffelen of bij elkaar zitten, blijft ze soms doodstil zitten terwijl ze ‘aigo, aigo’, wat zoiets als ‘oh my god’ betekent, murmelt. Mijn zussen vertelden me ook dat ze zich had voorgenomen om niet emotioneel te worden in mijn bijzijn.
Op dit ogenblik is het verdriet waar ik vorige keer over schreef wat naar de achtergrond verschoven. Ik voel me rustig en kan in het moment leven, het weekend met mijn broer heeft me bovendien wel een boost gegeven.

Woensdag moet ik getest worden op corona en als alles goed is, mag ik dan donderdag uit quarantaine. Ondertussen hunker ik wel naar wat buitenwereld.

9. Na een weekje

Voor het eerst voel ik schroom om te schrijven en te delen. Na het verschijnen van mijn opinie over adoptie in Knack en de reacties die ik hierna mocht ontvangen, besef ik des te meer dat de openheid die ik aan de dag leg, mij ook kwetsbaar maakt voor mensen die dit zouden willen gebruiken (tegen mij en wie mij lief is).
Ik zou in dat opzicht nog eens uitdrukkelijk willen vermelden dat nieuwsgierigheid van een geadopteerde naar zijn verleden geen afwijzing betekent van zijn heden, noch een teken is van ongelukkig zijn of van disfunctioneren. Het onderzoekt wat de geadopteerde eigenlijk al zou moeten weten over zijn persoonlijke geschiedenis en zijn familie.
Ik beschrijf mijn persoonlijke beleving onder andere ook omdat ik wil bijdragen aan het wegwerken van drempels om psychologische hulp te zoeken als dat nuttig zou zijn en om meer bewustzijn en kennis te creëren rond hechting en emotionele ontwikkeling, dit gaat niet alleen over geadopteerden maar over alle kinderen die in een onveilige situatie opgroeien.

Aangezien ik veelal op mezelf ben aangewezen, heb ik ook veel tijd om bezig te zijn met wat ik voel. De quarantaine zorgt ervoor dat ik nergens aan kan ontsnappen.
Over het algemeen lukt dit redelijk. Dankzij het werk van mezelf en mijn toenmalige therapeute tijdens het afgelopen jaar kan ik hier vandaag rust, voldoening en heling proberen te vinden in het gewoon aanwezig zijn, in het ontvangen van zorg, warmte en affectie.
Dit neemt niet weg dat ik hier elke dag ook moeilijke moment heb waarbij de ingehouden en verbeten tranen hun weg naar buiten vinden.
Ik huil om het verleden, om wat ik verloor door hier weg te gaan en door wat ik niet kreeg in mijn adoptiegezin. Ik huil om wat nooit zal zijn in mijn gezin van herkomst, ik voel dat wat we willen nooit (helemaal) zal kunnen.

Over het hier en nu kan ik zeggen dat ik de zorg en de warmte krijg waar ik naar verlangde en dat stemt me ontzettend dankbaar. Het is een onschatbaar cadeau om hun liefde te voelen en me als dochter verzorgd te weten. Ik had vandaag nog een verhelderend videogesprek met mijn huidige therapeute waaruit ik onder andere meeneem vooral in dit hier en nu zoveel mogelijk in mij op te nemen (hoe logisch dit ook mag lijken, geloof me als ik zeg dat verleden, heden en toekomst bij momenten oncontroleerbaar kolken). Ondanks de niet zo vanzelfsprekende situatie (samen in quarantaine) geeft het mij de unieke en speciale mogelijkheid om op een bepaalde manier deel uit te maken van het gezin en niet enkel op bezoek te komen. Het fysieke contact vervult ons nog steeds voldoende, praten is (nog) niet nodig geweest en het vragenlijstje dat ik op voorhand had opgesteld, heb ik nog niet bovengehaald. Momenteel is voor mij de nood aan antwoorden niet zo aanwezig, ze zien mij graag, meer heb ik niet nodig.
Ik geef jullie zeker ook graag wat luchtigere anekdotes mee:

  • Mijn vader (70 jaar) doet elke dag squat-, pomp- en andere oefeningen. Hij heeft mij zover gekregen dat ik dit met hem mee doe en toen hij mij streng aanmaande om in België naar een sportclub (inclusief coach) te gaan, heb ik maar braaf ja gezegd (wie mij kent, begrijpt de betekenis hiervan). Krijgt hij mijn motivatie om te bewegen uit ‘freeze’? In dezelfde lijn ligt mijn moeder haar verbod om nog langer cola te drinken omdat ik anders dezelfde buik zou krijgen als zij (eentje waar ik overigens voor zou tekenen als ik haar leeftijd had en 4 kinderen had gebaard).
  • Ik heb hier 3 paar slippers: voor in de badkamer, voor binnen en voor buiten.
  • Ik ontdekte hier een enorm dakterras, wat letterlijk en figuurlijk lucht en bewegingsruimte geeft. Ik mag alleen de trap niet op als er verder niemand thuis is, omdat de trap te gevaarlijk zou zijn…
  • Als er nog maar iemand denkt dat ik wijs of kijk naar mijn knie, voet, arm, schouder of rug is er gelijk minstens 1 paar handen dat begint te masseren (ik zou dat uiteraard nooit uitbuiten).

Het (rauwe)rouwproces om het verleden heeft nog tijd genoeg om zijn weg te vinden als ik terug in België ben.
Iemand zei me dat alles pas begint als je eenmaal herenigd bent. Hoewel ik dat niet helemaal vind kloppen, brengt een hereniging zeker nieuwe uitdagingen voor de toekomst met zich mee, voor mij zijn die momenteel: hoe leef ik in het nu, zonder teveel met het verleden bezig te zijn, hoe stel ik mijn innerlijke kind gerust en laat ik me vooral leiden door mijn volwassen stuk, hoe geef ik samen met mijn familie de toekomstige contacten vorm, hoe combineer ik mijn Belgische stuk met mijn Koreaanse stuk en hoe maak ik er 1 geheel van, hoe aanvaard ik dat dit misschien een levenslange zoektocht naar evenwicht blijft en hoe geef ik mijn adoptieouders een plaats die hen recht aandoet in dit geheel?

1 2