30. Heen of terug?


Woensdag
Vandaag treinen we van Busan terug naar Seoul. In het station stuur ik Johan met de kinderen om lunch, terwijl ik wacht bij de bagage rollen de tranen over mijn wangen. Ik weet dat best wel wat mensen denken en verwachten dat ik nu (alleen) blij en positief ben maar momenteel voelt het even niet (alleen maar) zo.
Iemand stuurde of naar België gaan de terug- of de heenreis is, gevoelsmatig op dit moment toch even een lastige vraag.
Als ik naar mijn kinderen kijk, voel ik heel helder dat mijn thuis bij hen is, en zij gaan duidelijk terug naar huis. Ze hebben het goed gehad en ze hebben het geweldig gedaan, lieten zich mee onderdompelen en overspoelen. Ze zijn deelgenoot geweest van mijn vreugde en van mijn verdriet. En ze voelden zelf natuurlijk ook vanalles bij de gebeurtenissen. Als kinderen van… dragen zij mee de heftige gebeurtenissen en trauma’s van hun familie.
Ze voelden zich best op hun plek en sommige gewoontes namen ze klakkeloos over, zoals luid smakken en slurpen tijdens het eten (hoewel ze dat niet echt meer moesten leren), elkaar nuna en donsaeng (grote zus en kleine broer) noemen en zichzelf via het winkelraam aanspreken met ‘hi cutie’. Andere zaken, zoals peterselie op hun wafel met ijs, konden ze dan weer minder appreciëren en er ging geen dag voorbij waarop ze niet spraken over hun vrienden, hun juf en school. Ze dachten meerdere malen per dag na over wat hun klasgenoten op dat moment aan het doen zouden zijn.
Donderdag
Ik typ dit terwijl ik zit te wachten op de luchthaven, ik ben even alleen iets gaan eten, de laatste Koreaanse maaltijd op Koreaanse bodem voor nu. Ik heb net een vriendin zien aankomen hier ze arriveerde met het vliegtuig waar wij zo dadelijk mee vertrekken, toch speciaal, en het raakte me meer dan ik had verwacht, haar dapperheid om hier alleen naartoe te komen, onder heel andere omstandigheden dan de vorige keer, heel stoer, kwetsbaar ook. Ik zal vaak aan haar denken de komende weken.

Het lijkt veel langer dan 2 weken geleden dat we op Zaventem stonden om te vertrekken, zoveel is er gebeurd. Ik werd geraakt, en heb ook wel weer gewankeld, in veel lagen en facetten, maar de grond bleef stevig en heeft er weer een laagje bij gekregen.

Het laatste woord is voor mijn man, mijn rots, zonder wie ik nooit zou zijn kunnen worden wie ik vandaag ben.

En als het grondpersoneel zo dadelijk collectief een buiging zal maken als ons vliegtuig opstijgt, zal ik kunnen zeggen ‘tot heel snel, tot in oktober’.

29. Voorlopig afscheid

Zondag
De ochtend van de dag waarop mijn moeder vertrekt uit Jeju voelt het gewoon goed samen. Ze drentelt heen en weer, met bordjes eten en fruit, wil dat ik eet, veel eet. Ik voel verbinding en er is vertrouwdheid tussen ons zoals vorig jaar. Ik krijg een jas uit haar koffer omdat het buiten wat waait en ze nodigt ons nu zelf uit om dinsdag te komen eten. Ze zegt bezorgd te zijn omdat haar huis oud en klein is, omdat ze geen speelgoed heeft en vraagt nogmaals of Johan wel op de grond kan zitten.
De middag brengen we door op het strand, samen met mijn broer en zijn vrouw. Ik word regelmatig overvallen door ontroering als ik zie hoe zij en de kinderen in elkaar op gaan. Zelf kunnen ze geen kinderen krijgen (net zoals mijn 2e zus trouwens) en ze zijn helemaal verliefd op de onze sinds de 1e keer dat ze elkaar online zagen. De kinderen voelen geen reserve, vragen en krijgen onverdeelde aandacht en lijken zo op hun gemak.
Het was fantastisch om hier bij hen te zijn en er gewoon te kunnen ‘zijn’.
Ik voel me emotioneel bij het afscheid van mijn broer, die mij doet smelten omdat hij Aera heeft laten varen en mij gewoon nuna (grote zus) noemt, zoals ze hier gewend zijn, die altijd aanwezig is gebleven, wat dichter bij mijn leefwereld staat, met wie ik dezelfde humor deel, die de lijm vormt tussen iedereen van het gezin en die onze kinderen adoreert, wat zou ik hem graag vaker en langer zien. Ik had hem graag mijn hele leven gekend.
Een bijzondere positie hebben wij ook samen, hij is mogen blijven en ik ben moeten gaan.

Terug in Busan voelt mijn lijf zich beter om de 1 of andere reden, kalmer, meer deel van het geheel en opgaand in het ritme van de stad. Het heeft wel duidelijk last van (het nakend) afscheid nemen, van loslaten en weggaan. Ik voel verdriet in mijn keel en mijn maag speelt op.

Dinsdag
Rond de middag zijn we gaan eten bij mijn ouders. Ik heb het ontbijt overgeslagen vandaag, ik wil zoveel mogelijk eten/liefde in me kunnen opnemen.
Ik ben zo blij dat ik nog even ’thuis’ kan komen. Bij het binnenkomen zie ik eten, veel eten, mijn moeder is aan het koken. Ik herken de geuren van vorig jaar en voel dat ik hier wil zijn en eigenlijk ook blijven.
Is er iets dat meer aan een ‘thuisgevoel’ raakt dan het eten van je moeder? Ik besef des te meer hoe uniek het was dat we vorig jaar 2 weken samen konden doorbrengen toen ik tijdens mijn quarantaine bij hen verbleef. Hoewel ik dat zonder covid nooit zo gekozen zou hebben, blijkt het nu een gigantisch kado te zijn geweest waar ik eigenlijk met weemoed aan terug denk. Het voldeed aan mijn behoeftes en het kind in mij zou het zo opnieuw doen.
Als ik zeg dat ik waarschijnlijk in het najaar (alleen) terugkom, reageert ze met ‘waarom’ en ‘I can’t be with you’. Waar komt dit ineens weer vandaan, ik wil dit spel echt niet nog eens spelen.
Ze is, terecht, vol bewondering voor Johan, omdat hij zo goed is met de kinderen en omdat hij weet hoe de metro werkt 🙂

Het laatste kwartier worden er veel knuffels uitgewisseld met Nia en Ilja, die het voor die laatste momenten blijkbaar wel ok vinden.
We krijgen nog geld, 2 zakken sandwiches en een zak eieren mee. Ik weet dat het goed zit.
Mijn 2e zus komt op het laatste moment nog aangelopen, met knuffels en kussen voor de kinderen. Dan gaan we de taxi in richting mijn oudste zus, ik ben even enorm verdrietig.
Alles is anders dan toen, dan bij dat 1e afscheid meer dan 37 jaar geleden, en toch raakt weggaan daar nog steeds aan.

Zonder inlichting vooraf blijkt dat we bij mijn oudste zus een middagje Spelletjes spelen voor volwassen vrouwen meedoen. Zij begeleidt deze middag mee. Het voelt in het begin wat vreemd, maar de kinderen en ik amuseren ons daarna met de 11 andere vrouwen terwijl we onder andere de Koreaanse versie van 1,2,3 piano (Squid game!) spelen, tollen met tolletjes die we eerst zelf gekleurd hebben, klapspelletjes doen en met een touw koehorens vormen boven ons hoofd. Heerlijk om even deel uit te maken van een groep Koreaanse vrouwen en mee te gaan in waar zij zich mee bezighouden. Bonus was dat mijn zus mij, zonder vaagheid of aarzeling, voorstelde als haar donsaeng (jongere zus). We sloten af met nog een onverwacht etentje, samen met haar en haar dochter, de enige die we tot nu toe nog niet hadden gezien en iemand waar Nia speciaal naar uitgekeken had.

Zo wonderlijk dat we gewoon iedereen hebben gezien, ik kan niet uitdrukken hoe blij en vervuld ik daarmee ben. Maar ook de schaduwzijde is aanwezig, ik voel met momenten diep verdriet dat zich snikkend een uitweg baant, om wat ik toen verloor en ook nu weer achterlaat. En I can’t help but wonder…wanneer we nog eens allemaal samen zullen kunnen zijn.

28. Omma

Op donderdag hoor ik heel de dag niks, dan ineens om 16.30 een bericht van mijn zus, of we om 17.30 bij haar kantoor kunnen zijn want om 18u heeft ze nog een werkpafspraak, dan kunnen we daar wat overbodige bagage zetten (voordat we naar mijn broer vliegen die op een eiland woont) en mijn ouders zien voordat we naar het restaurant gaan. Het eerste wat ik denk: ‘Aha, mijn vader komt ook.’ En het tweede is: ‘Dat halen we nooooit binnen een uur.’ Een beetje geërgerd omwille van haar late en onhaalbare verzoek begeven we ons in alle haast naar de metro om er zo snel mogelijk te zijn. De kinderen werken wat tegen, die zijn moe, ondertussen wat uitgekeken op de metro en nog niet hélemaal mee met het tempo waarin alles steeds verandert. Ik voel me misselijk, emotioneel ook. Ik onderdruk de drang om de kinderen te zeggen dat ze zich moeten gedragen straks, wat dat dan ook zou betekenen. Gelukkig had ik onderweg ter afleiding wat te lezen over Koreaans pluishaar 🙂

Het is Children’s day vandaag in Korea, een symbolische dag om moeder, kind en kleinkinderen te herenigen.
Mijn zus pikt ons op aan het metrostation, de begroeting…is er eigenlijk geen. Zij zit achter het stuur en wij stappen in. Bij haar kantoor aangekomen, zegt ze dat mijn ouders binnen zijn. De deur gaat open en zowel mijn moeder als mijn vader storten zich (dat mag je letterlijk nemen) op de kinderen. Die zijn beduusd bij zoveel omarming en in 1e instantie een beetje verstijfd zodat ze het allemaal wat laten gebeuren. Naar mij en Johan kijkt eigenlijk niemand om. Ik draai wat rond hen heen, zoek wellicht aandacht maar krijg die niet echt. Mijn vader is emotioneel, lijkt de kinderen niet te willen loslaten. De kinderen pakken mijn ouders en zus in met hun ingeoefende Koreaanse zinnetjes.
Na een (lange) minuut of 10 krijg ik een schouderklop van mijn moeder. Ik vang haar blik, ze glimlacht.
Annyong omma, daar ben je dan.

We rijden naar een restaurant waar we omwille van de drukte voor Children’s day nog moeten wachten. De kinderen springen op de trampolines die er zijn, terwijl mijn ouders zonder echt veel succes proberen de aandacht en genegenheid van de kinderen te krijgen. Ik zie mezelf hetzelfde proberen bij mijn ouders.
Mijn vader is supergedienstig, gaat letterlijk op zijn knieën zitten om de schoenen van Nia aan te doen. Terwijl die er eens goed voor gaat liggen, moet Ilja er niet veel van weten en maakt zich elke keer snel uit te voeten als 1 van mijn ouders zich in zijn buurt begeeft. Nia zal later wel opmerken hoe raar ze het vond dat halboji haar schoenen en trui aandeed, ze is toch immers geen baby meer…
De sfeer tijdens het eten is ok, maar ik krijg weinig contact met mijn familie, we zitten naast elkaar maar er staat een soort onzichtbare muur tussen die niet weg wil, ook al doe ik (weer ik) daar echt hard mijn best voor.
Na het eten worden we Koreaans snel in de auto geduwd en voor we ik het goed besef, zijn we vertrokken: ‘Wat gebeurt er? Zie ik mijn vader nog?’ Geadopteerden kunnen vaak moeilijk afscheid nemen, maar dit was echt helemaal niks.

Dan vertelt mijn zus, bij wie we in de auto zitten, dat mijn oudste zus nog naar haar kantoor komt en dat we daar nog allemaal samen komen. Het kan zo handig zijn om te weten wat er nog te gebeuren staat.
De kinderen zijn blij om mijn oudste zus en haar man te zien. Ze hebben snoep en kadootjes bij voor Children’s day, er wordt geld gegeven, er worden foto’s gemaakt,…het ijs is wat gebroken. Het voelt warm en fijn. De kinderen laten mijn zussen wat dichterbij komen.
Mijn moeder laat vertalen dat ze samen wil gaan winkelen en kado’s wil kopen voor de kinderen. Ik ben op 1 of andere manier blij te horen dat ze de komende dagen nog dingen samen wil doen.
Als we naar het hotel gaan, geef ik mijn moeder een knuffel, die niet echt beantwoord wordt maar we zien elkaar de komende dagen nog tijdens het weekend bij mijn broer op Jeju.
Voor de kinderen was het toch ook wat overweldigend. Ze zijn ineens vol ongeloof dat deze mensen mijn familie zijn. Ze vragen zich af hoe dat kan en vinden het maar een raar concept. Nia is vooral blij dat ik toch naar België kwam omdat ze er anders niet geweest zou zijn.

Vrijdag
Vandaag vliegen we naar Jeju om een weekend bij mijn broer door te brengen. We ontmoeten mijn moeder op de luchthaven. Tijdens het wachten voel ik hoe moe ik ben en ik besef dat we ons op een week tijd vaak en ver verplaatst hebben.
Ik zit naast mijn moeder te wachten, dat voelt vertrouwd. Het doet me deugd te zien dat de zak die ze bij heeft vooral gevuld is met eten voor ons.
Mijn broer haalt ons op aan de luchthaven. Mijn broer, de jongste van het gezin, maar zonder hem zaten we hier nu niet gezellig met zijn allen.
We rijden naar zijn appartement waar de kinderen gelijk helemaal op hun gemak zijn.
Mijn moeder blijft ook heel gretig proberen, daar waar Nia nog wel zo sociaal wenselijk is om er mondjesmaat op in te gaan, zet Ilja het nog steeds op een lopen als ze in zijn buurt komt.
In januari was het Nia haar nieuwjaarswens om in 2022 te kunnen voetballen met mijn broer, dus die wens wordt nu ingewilligd, met veel gelach en kabaal. Mijn moeder is in het appartement gebleven en de kinderen zijn ontzettend los en op hun gemak, ik zou bijna durven zeggen op hun plek. Ook Manu (mijn zus) viel het op dat vooral Ilja er op de foto’s en filmpjes altijd zo open en blij uit ziet. En Nia stond vandaag, volledig tegen haar gewoonte in, te dansen op straat. Ze zegt ook dat ze haar haar wil laten groeien omdat ze hier heel veel meisjes ziet met mooie lange, zwarte haren, zoals ze die zelf ook wel wil.

Als we na het eten (chicken!) naar huis gaan, krijgt Johan een dikke knuffel van mijn moeder, dat ze gerust is nu ze hem gezien heeft. Ik moet mijn knuffel vragen maar er is meer toenadering tussen ons, mijn moeder is ook wat meer ontspannen, ik zie haar vaak lachen.

Zaterdag
We gingen op uitstap vandaag.
De focus van mijn moeder blijft heel erg op de kinderen liggen, ik voel me ergens wel wat gepasseerd. Als we arm in arm lopen, rukt ze zich los om achter Nia aan te gaan, Ilja lijkt ze ondertussen wat rust te gunnen. Nia geeft ons aan dat ze het niet fijn vindt dat halmoni haar zo vasthoudt en niet laat gaan. We drukken haar op het hart dat ze zich mag lostrekken als het nog gebeurt en dat we er mee op zullen letten. Ik merk dat Nia mijn moeder een tijdje ostentatief ontwijkt en heel erg aan mijn rokken hangt.
Naarmate de dag vordert en iedereen wat meer op zijn gemak geraakt in elkaars gezelschap kan Nia ook wat meer nabijheid van haar verdragen.
Ondertussen begin ik me af te vragen of heel de omboeking om nog 2 dagen naar Busan te gaan wel de moeite zal blijken. Johan heeft voor en tijdens de reis alle logistieke en praktische zaken op zich genomen. Ik moet me nergens mee bezig houden, behalve met mezelf en met hier te zijn, een enorme luxe.

Maandag moet mijn moeder naar het ziekenhuis en ze heeft verder nog met geen woord gerept over of we nog afspreken of niet. Tot mijn schoonzus zegt dat mijn moeder ons graag thuis wil uitnodigen maar zich schaamt voor haar woonst, vooral voor Johan. Uiteindelijk nodigt ze ons uit om thuis te komen eten. Oef…hier ben ik blij mee. Er kan ondertussen ook af en toe ook fysiek contact af. Ik merk dat ik hier wel naar verlang, vorig jaar kreeg ik dat heel veel en ik had er graag nog eens in mijn eentje voor terug gekomen. Door covid liep de planning anders maar het staat vast dat ik nog eens alleen terug kom zodat zowel ik als mijn moeder maar 1 rol te vervullen hebben.

Hoewel het logischerwijs wat tijd vraagt om elkaar weer echt te vinden, ben ik hier heel graag, ik probeer echt in het hier en nu te genieten van elk moment. Meestal lukt dat ook, maar af en toe sluipt het nakend afscheid binnen.
Ik weet dat mijn verhaal op dit moment weer min of meer leest als een verhaal met een happy end, maar zoals ik vorige keer al schreef, het blijft (emotioneel) veel vragen van alle betrokkenen, is altijd complex en blijft heel broos. Sprookjes gaan helaas niet samen met de realiteit en gelaagdheid die bij afstand en adoptie horen. Het zal altijd genuanceerder zijn dan ‘goed en gelukkig’. Veel mensen blijken dat ongemakkelijk te vinden, maar dat is het voor onszelf ook…
Het best mogelijke gevoel is tegelijkertijd ook het ergste, want wat voelt het pijnlijk om me te moeten lostrekken van de plek en de mensen waar ik nooit in mijn leven genoeg tijd mee zal kunnen doorbrengen maar waar ik me toch thuis en veilig bij voel. Ik zou hier nog zo kunnen blijven, om langer vast te houden aan het gevoel van wat ook had kunnen zijn.

27. Het kan verkeren…

Weer een post…er is veel gebeurd en er is nog steeds wel wat gaande. Ik zal het voor het gemak (vooral voor het mijne) beknopt, chronologisch proberen te beschrijven.

Het etentje met mijn zus was fijn. Ilja wilde een ‘knap pakje’ aan, om er goed uit te zien en Nia liet me haar hart voelen, hoe het bonkte voordat we er waren. Zelf was ik eerst wel gespannen en onwennig, maar ze was heel zorgend en mijn lijf ontspande zich snel.
Haar dochter was er door puberperikelen niet bij, maar haar zoon wel en die ontfermde zich als een oppa (grote broer) over de kinderen. Hij ging met hen op zoek naar perensap, Johan mocht niet mee want dan kon hij geen echte oppa zijn.

* Gisteren, tijdens het etentje met zus 1:

  • ‘Zus 2 was op zakenreis maar komt vanavond terug aan in Busan. Ze gaat je bellen, ze wil morgen afspreken.’ ‘Wil ze ons nu ook zien dan?’ ‘Ja, natuurlijk.’
    Oh…gaat het zo? Niks aan de hand?! Heb ik dagen voor niks gehuild?
  • ‘Omma ligt in het ziekenhuis (voor zover ik begreep door bloeddrukproblemen na een knieoperatie), maar je kan haar een bericht sturen hoor.’
  • zus 1 bij het afscheid: ‘Sorry, sorry, sorry, I am so sorry.’

    * Vandaag, de ochtend na het etentje:
  • berichtje van zus 1: ‘Omma komt vandaag uit het ziekenhuis, ze gaat je bellen, ze wil morgen afspreken.’
  • Ik hoor uren niks, niet van zus 2 en niet van mijn moeder, dus ik stuur zelf maar een berichtje naar elk van hen.
  • Ik ontvang gelijk antwoord: ‘We willen graag afspreken, thank you so much for coming.’
    Ok…dus al dat (K)drama was echt overbodig?
  • berichtje naar mijn broer: ‘Euh, wat gebeurt er?!’
  • berichtje terug: ‘Ik zal het uitleggen als je hier bent.’
  • berichtje van zus 1: ‘Toen omma hoorde dat je hier was, wilde ze jullie toch graag zien.’
  • Deze avond, berichtje van mijn broer: ‘Welke vlucht nemen jullie vrijdag? Omma komt mee op weekend naar Jeju, als jullie mij komen bezoeken.’ ‘Wat?! Oh my god…’

    Wat is dit? Honger weg. En zie ik dit zelf wel zitten (die vraag was ik mezelf ook even vergeten te stellen)?
    Mijn adoptiemoeder zei me vaak geërgerd dat ze vond dat ik zo wispelturig was…waar zou dat vandaan komen?

    Ik ging wat alle kanten op vandaag: verrast, blij, enthousiast, verdrietig, verontwaardigd, …
    In het hier en nu spring ik (en Johan en de kinderen ook) en pas ik me aan, mijn familie was voor mij het doel van deze reis van bij het begin, alles wat ik wilde en verlangde. Maar er is wel degelijk iets geknakt een paar weken geleden door hun reactie. De impact van de (zoveelste) afwijzing door moeders is zo diepgaand, ik vind geen woorden om dat uit te leggen.
    Zowel mijn zussen als mijn moeder zouden mij bellen, maar ze deden dit alledrie uiteindelijk toch niet, dit maakt me toch wat opstandig. Ik moest het redelijk diep in mijzelf gaan zoeken om hen als 1e te contacteren, gisteren en vandaag. Ondanks mijn diepe verlangen is het gevoelsmatige niet gelijk hersteld.
    Ik ben blij, heel blij. Er is niets wat ik meer verlangde. Maar ik voel ook de reserve die zich als vanzelf en als vanouds in mij heeft genesteld ter zelfbescherming. Tegelijk wil ik niet in de valkuil trappen, in dit spel van aantrekken en afstoten, van verlangen en afwijzen, van kwetsen en gekwetst worden. En ik wil mezelf (en de kinderen) niet ontnemen waar we recht op hebben en wat mijn familie ons kan en wil geven. Het blijft diepgeworteld complex en maakt dat herenigingen helaas bijna nooit een happily ever after zijn, het blijft altijd hard werken, voor iedereen die betrokken is.
    Zoals een wijs iemand me stuurde: ‘Adoptie is vaak kut, ook voor hen’. Ik ben de eerste om dat te zien en te beamen, maar ik gun mezelf toch ook even een moment van verongelijktheid.

Er is ook altijd de schroom om deze laag te benoemen, ik ken zoveel mensen die er alles voor over zouden hebben om hun ouders of andere familie te vinden. Ik besef dat ik, ook zonder contact, zo ontzettend veel meer weet en heb gekregen dan zij. Daar zal ik àltijd, onder de gegeven omstandigheden, onmetelijk dankbaar voor zijn.

We gooien ons hele schema om voor de komende week: vluchten herboeken, hotels annuleren, andere hotels bijboeken,… Want nu mijn familie ons wil zien, doen we alle moeite om er zoveel mogelijk uit te halen. Of zoals een ander wijs iemand stelde: ‘We zullen het overschrijden van de grenzen en het pleasen later weer wel fiksen.’
Nog iemand merkte goed op: ‘ Soju zou vergoed moeten worden als nazorg voor geadopteerden.’
Ik denk ook aan de 8 jaar nadat ik hen gevonden had en mijn adoptiemoeder nog leefde. Jaren waarin ik soms pas na 2 jaar antwoordde op mails van mijn zussen, jaren waarin zij altijd zijn blijven uitreiken en nooit beledigd, gekwetst of boos hebben gereageerd. Het doet mildheid groeien.
En verlangen…morgen gaan we mijn familie zien. Dan kunnen de kinderen en ik onze plek in mijn familie even fysiek innemen. En bovenal, dan kan ik weer even voelen hoe het is om de dochter te zijn van mijn moeder.

26. Busan: een onverwachte ontmoeting?

Gisterenmiddag zijn we aangekomen in Busan, mijn geboorteplaats, havenstad met een paar miljoen inwoners. Voelt lichtjes anders dan het landelijke Essen waar ik opgroeide.
’s Morgens kreeg Ilja uit het niets een woedeaanval, hoe het nu kon dat we in Busan niemand gingen zien, terwijl iedereen daar toch woonde…
Dus ook voor hem, maar vooral voor mezelf, was ik heel blij om te kunnen zeggen dat ik net had kunnen afspreken met mijn oudste zus.
We gaan over een uurtje eten, toch spannend. Hoe zal het zijn na alle perikelen en met onze gezinnen erbij? Zal ik iets kunnen vragen over mijn moeder?

Sinds gisterenochtend is hier de mondmaskerplicht buiten vervallen. Veel Koreaans zullen mensen niet meer tegen mij spreken nu, we geven onszelf weg als buitenlanders door dat ding naar beneden te trekken vanaf het moment dat we buiten stappen. De Koreanen huppelen vrolijk verder met mondmasker ook al hoeft dat buiten dus niet meer.
Het is een gek idee dat niemand zou denken dat ik bij Johan en de kinderen hoor als ik 5 meter achter of naast hen stap. In België zien mensen dit in 1 oogopslag, hoe druk het ergens ook mag zijn.
De kinderen dartelen nog steeds rond, de metro nemen, het eten,… ze lijken echt wel in hun element. Iedereen is heel vriendelijk tegen hen, mensen staan recht om hen in de metro te laten zitten en op de 1 of andere manier verzamelden ze al een handvol gadgets die ze her en der kregen van random voorbijgangers. Mijn ietwat angstige, afwachtende zoon zwaait ondertussen uit zichzelf naar mensen, draait eens al dansend met zijn kont, hij geniet van de aandacht.
Ik op mijn beurt geniet van de organisatie, de structuur, de orde, de betrouwbaarheid en de voorspelbaarheid van het openbaar vervoer en de rest van het openbare leven. Zoals Johan al verschillende keren heeft opgemerkt: ‘Ze zijn hier wel stipt, het moet allemaal juist zijn’. Yes! Don’t you just love that… hij begrijpt nu beter dat ik er niks aan kan doen want dat dit gewoon (ook) in mijn systeem zit 🙂

In Busan zijn voelt ook raar momenteel. Ik voel scherp de nabijheid van mijn moeder, die maakt me alert. Ik denk haar te zien in de metro, stel me voor dat ik haar tegen kom en vraag me af of ze misschien in de straat naast ons wandelt. Als ik eraan denk dat dit voor binnenlands geadopteerden misschien dagelijkse kost is…hartverscheurend.
En mijn 2e zus…ik zou gewoon naar haar kantoor kunnen gaan, wat is het ergste dat er kan gebeuren? Wie weet is mijn vader er en zie ik hem ook gelijk. Ik heb maar 2 dagen om hierover te beslissen, waar het eerst helder was om dit niet te doen, wankelt dit nu sterk en weet ik gewoon niet wat ik moet doen. Gisterenavond had ik het er echt moeilijk mee . Ze is zo dichtbij maar verder weg dan ooit.

25. Reizen, landen en aankomen

Onze 1e volledige dag in Korea zit erop. Het is hier nu 22u ’s avonds en gisterenochtend zijn we geland.
Over de reis op zich valt al wat te vertellen, ik heb al veel gevlogen en gereisd, naar verre oorden en dichterbij, maar nooit verliep het zoals vrijdag.
Bij het online inchecken, blokkeerde Nia haar K-eta (soort visumaanvraag). Na telefonisch contact met de luchtvaartmaatschappij werd ons verteld dat ze haar ter plekke op Zaventem wel zouden inchecken. Toen we daar echter stonden, blokkeerde het ook in hun eigen systeem en vroeg de man achter de balie (na een kwartier proberen en afwachten): ‘Willen jullie opsplitsen? Want Nia kan niet mee.’ De eerste tranen biggelden toen al over mijn wangen.
Een andere man werd erbij gehaald en ontdekte dat haar geboortedatum (hoewel elektronisch gescand) verkeerd was doorgekomen, hij paste dit creatief en handmatig aan waardoor ze dus toch mee kon.
Volgende euvel: doordat er zoveel tijd over was gegaan, checkten we uiteindelijk pas laat in en zaten we alle 4 ergens anders en best ver achteraan in het vliegtuig, wat met een overstaptijd van 45 minuten niet echt rustgevend voelde.
Bij de security kreeg Ilja tussendoor nog zijn 1e drugscheck te ondergaan.
Het was niet zo makkelijk, maar we konden onze plaatsen wisselen waardoor we 2 per 2 zaten en de kinderen niet alleen moesten zitten.

We stegen op met een kwartier vertraging wat dodelijk was om onze volgende vlucht te halen. Gelukkig stonden ze ons aan de gate in München op te wachten om ons een directe doorgang te geven, een busje scheurde met ons over de tarmac en leverde ons rechtstreeks af bij het vliegtuig, 2e vlucht gehaald, check!
Even op adem komen…
Nia merkt al snel op: ‘Al die mensen lijken op jou.’ Ik kijk rond, zie de gezichten en voel een krop in mijn keel. Ja, al die mensen lijken op mij, ik voel het na al die hectische, drukke weken ineens dubbel zo hard: ik ga terug naar waar ik vandaan kom en (ook) thuis hoor.
‘Ben je ok?’ hoor ik Johan vragen. Ik knik maar voel de tranen rollen. En zo is het exact: ok zijn en tegelijkertijd huilen. Ik heb het afgelopen jaar geleerd dat die 2 prima samengaan.
Na de landing vond Ilja het een geschikt moment om nog even over te geven terwijl we in het vliegtuig zaten…maar dat ter zijde.
Hij en ik waren eerst door de paspoortcontrole en wachtten op Johan en Nia…die niet kwamen. Na een kwartier ging ik terug door het poortje om te vragen waar ze waren, maar dat mocht niet in het georganiseerde en gedisciplineerde Korea, dus ik moest vanachter een deur roepen: ‘Waar zijn mijn man en dochter? Ze stonden hier een kwartier geleden maar ik zie ze nergens. Mijn man is blond. Waar zijn ze naartoe?’ ‘Geen idee, waarschijnlijk bij immigratie.’ ‘WAT?! Waarom? Mogen we naar hen toe?’ ‘Ik weet niet waarom en je mag er niet naartoe. Je zal gewoon moeten wachten.’
De georganiseerde en gedisciplineerde douane Koreaan had uiteraard gelijk gezien dat haar K-eta niet klopte en kon niet lachen met de Belgische creativiteit. Na lang wachten kon Johan een visum voor haar kopen, maar ik moest hard mijn best doen om het tijdens het wachten niet te besterven van de schrik dat ze alsnog niet binnen zou mogen.

Laatste detail was dat onze bagage niet mee was gekomen, wat nog wel handig was bij het nemen van het openbaar vervoer. Maar we wachten er nog steeds op, de koffers zouden om middernacht afgeleverd worden. Hoewel Koreanen niet stinken, zei Nia daarnet iets anders tegen mij en ik heb zelf toch ook het gevoel dat mijn kleren anders ruiken dan 2 dagen geleden

Onze 1e Koreaanse maaltijd deed me gelijk hier ‘zijn’ en maakte dat ik alle reisperikelen snel verteerd had.
Ik kreeg ’s avonds een berichtje van mijn broer: ‘Heeft onze oudste zus je al gebeld?’ ‘Nee, gaat ze dat doen dan?’ ‘Ik heb haar je reisschema doorgestuurd en ja, ze gaat je bellen en jullie zullen haar kunnen zien.’
Ik wacht tot nu nog op haar telefoontje en morgen gaan we al naar Busan. Maar ik heb altijd gezegd, dat als iemand zich nog zou bedenken, het mijn oudste zus zou zijn. Gek hoe je dat dan toch voelt. Dat het aan haar is dat mijn broer door heeft gegeven wanneer we in Busan zijn, maar ook duidelijk tegen mij zegt dat hij afraadt om mijn andere zus en mijn moeder te contacteren. Zelf was ik dit ook niet van plan, enkel over mijn oudste zus twijfelde ik dus. Ik hoop dat Nia haar nichtje kan zien, daar keek ze erg naar uit. Die 2 plannen al een jaar een toer door Busan samen, dus ze was erg teleurgesteld dat ze haar niet zou ontmoeten.

Na een lange, goede nacht slapen bezochten we vandaag Namsan tower en omgeving, en zagen we een lampionnentocht terwijl we een ander deel van Seoul bezochten. Ik denk dat je hier een vakantie per wijk nodig hebt om alles wat te kunnen ontdekken. De kinderen zijn opvallend energiek en levendig. Redelijk luid en aanwezig ook, zeker naar Koreaanse normen. We hebben heel veel gewandeld vandaag maar ondanks het overhoop halen van hun bioritme en de overgeslagen nacht gisteren dartelden ze bijna rond vandaag. Het is fijn om te zien dat ze zich kunnen verbinden met hun Koreaanse deel door hier te zijn, te ruiken, te proeven, te kijken, te luisteren.

Ilja heeft enorm veel succes bij de ajumma’s (iets oudere dames), ondanks zijn vuile pyjama. Ze roepen verrukt uit hoe mooi ze hem vinden en willen hem vaak aanraken.
Soms betrap ik me erop dat ik me afvraag bij welke ajumma er in die gebaren van tederheid misschien ook verdriet verscholen zit om een verloren kind, vooral als ik voel dat een blik ook op mij blijft rusten. Het officiële aantal verplaatste kinderen uit Korea bedraagt ‘meer dan 200 000’. Maar hoeveel meer dan? En we weten ondertussen allemaal dat adoptie en officiële gegevens niet (goed) samen gaan.
Aan Namsan tower hingen we volgens de traditie een slotje bij de duizenden anderen die er hingen. Met mijn hart, voor alle omma’s, halmoni’s en ibyangs (mama’s, oma’s en geadopteerden).

Ik vind het zalig om hier te zijn, al voel ik regelmatig tranen branden: als ze me aanspreken in het Koreaans (gebeurt constant! 🙂 ) en ik moet zeggen dat ik het niet spreek (heerlijk maar pijnlijk tegelijkertijd dus), van de Koreaanse klanken in flarden gesprek of muziek die ergens op staat of als ik een kindje heel hard ‘ommaaaaaa’ hoor roepen…

24. Aftellen

Nog een paar dagen…

Over een week rond deze tijd heb ik, als alles goed gaat (lees: 2×4 negatieve Pcr tests), de eerste dagen met mijn gezin op mijn geboortegrond achter de rug. De 1e keer dat mijn kinderen kunnen lopen, spelen, ruiken, zijn,…waar hun voorouders ooit hetzelfde deden. Het maakt me vanalles: enthousiast, blij, benieuwd, een beetje bang, wat verdrietig ook.

Ik voel me rustiger dan een paar weken geleden maar het verdriet en gemis zijn nooit ver weg.
Johan heeft alle praktische zaken in handen genomen en ook de knopen die er waren, doorgehakt. Zo zullen we een aantal dagen in Busan verblijven, waar mijn familie woont. Ik wilde hier eerst niet heen gaan omdat er geen ontmoeting op de planning staat, maar er werd mij vriendelijk verzocht om niet te vermijden :-), omdat de pijnlijke zaken er sowieso zijn, ook als we niet naar Busan zouden gaan.
Nia reageerde erg beteuterd toen ik, nadat ik al mijn moed bij elkaar had geschraapt, vertelde dat ze haar grootouders, tantes, nicht en neef niet zou zien. Gelukkig keek en kijkt ze er het hardst naar uit om mijn broer te zien en om hem te verslaan met voetballen.
Gisteren overviel ze me echter toch wat onverwacht: ‘Kunnen we in de zomer teruggaan naar Korea, maar dan langer, dan kunnen we halmoni (oma) misschien wél zien.’
Zij en Ilja oefenen ondertussen nog steeds hun Koreaans en spelen elke dag verschillende rollenspelen met de woordenschat die ze hebben.

De afgelopen weken en ook de week die komt, zijn eigenlijk razenddruk. De vrije uren kan ik op 1 hand tellen, had ik al eens gezegd dat ik een goede vermijder ben 🙂 ? Maar het leidt me af en ik voel me gerust want ik weet dat Johan alles regelt wat nodig is.

Met mijn familie had ik geen contact meer, maar ik kijk er ondertussen toch hard naar uit om te kunnen vertrekken, wij allemaal wel, ikzelf voel weer dat fysiek verlangen om daar te zijn.

En wie weet wat die boodschappen richting kosmos, van mijn adoptee community, in beweging kunnen zetten…

23. Afgewezen: the sequel

Ik weet het ondertussen al een paar weken, na mijn moeder haakten ook mijn zussen af voor een ontmoeting als we in Korea zijn. De pijn en het verdriet waren zo groot dat ik me er niet eerder toe kon brengen om dit te posten:

Mijn maag ligt overhoop, ik voel me misselijk, er lijkt vaak een olifant op mijn borst te staan, mijn lijf doet zeer en ik kan en wil vooral huilen, verdoven, niet voelen,… Als ik eerlijk ben, heb ik de afgelopen week minder constructieve coping mechanismen gehanteerd 🙂
Voor het eerst sinds lang bedenk ik me dat ik beter zat in de mist (‘the fog’ is de naam die geadopteerden gebruiken voor de periode dat ze nog hun gedissocieerde, witte, aangepaste en ongeadopteerd voelende zelf waren): minder pijn, minder complexiteit en, hoewel niet echt, doorgaans redelijk ok voor mij.

Ik wil het uitschreeuwen: waarom? Waarom willen ze mij niet (zien)? En wat het meest pijn doet: willen ze mijn kinderen dan niet (zien)?
Mijn moeder heeft me in niet mis te verstane bewoordingen laten weten dat ze ons niet wil zien als we komen. Mijn zussen en broer gaven te kennen dat zij ons wel graag zouden ontmoeten, maar ondertussen hebben mijn zussen ook afgehaakt. Iets met Koreaanse familieloyaliteit? Ik heb eigenlijk geen idee wat er anders zou kunnen spelen bij deze vrouwen die ruim de 40 gepasseerd zijn en die vorig jaar zo zorgend en liefdevol voor mij waren. Ik heb verschillende keren de film afgespeeld van onze 1e ontmoeting, de weken samen in quarantaine, de vervulling voor ons allemaal,… nu exact een jaar geleden. In plaats van dat we samen herinneringen ophalen zijn er enkel stilte, gekwetstheid en boosheid.
Mijn moeder zegt dat er teveel covid is, dat ze bang is voor hartproblemen en om neer te vallen als ze ons zal zien,…
En nee, ze zullen niet meer van gedachte veranderen, dat geloof ik echt niet.

Secondary rejection in reunions… woorden die ik jammer genoeg maar al te vaak heb zien passeren bij anderen, die ik het afgelopen jaar misschien ook wel wat voor me heb uitgeschoven maar waar ik nu nog maar moeilijk aan kan ontkomen.
Mijn grootste knoop op dit moment is dat ik nog geen manier heb kunnen bedenken om aan de kinderen uit te leggen dat ze enkel mijn broer zullen zien.
Er deden zich een aantal momenten voor, bijvoorbeeld toen Nia naarstig oefende om: ‘Oma, mag ik water alstublieft?’ en ‘Aangename kennismaking, tante’ te zeggen in het Koreaans. Mijn keel vulde zich met tranen en de woorden bleven steken in mijn keel.
Mijn schoonzus, niet toevallig zij, stuurde een berichtje waarvan ik zo mogelijk nog harder moest huilen dan van die van mijn moeder en zussen: ‘How are you, I am worried that your heart is sick.’
Want ja, ziek was (en is het eigenlijk nog steeds) dat hart van mij, een extra gaatje erin.

Ondertussen heb ik wel terug zin om te gaan en hebben we ook knopen doorgehakt over de plaatsen die we willen bezoeken. Na veel twijfelen en een stevige duw van Johan hebben we ook Busan mee op het lijstje gezet, omdat je het onvermijdelijke toch niet kan vermijden, en omdat een kind altijd hoopt…

22. GEBOEKT!!!!

Geboekt! We hebben geboekt, voor heel ons gezin! Eindelijk…

Een week geleden ging het nieuws onder geadopteerde Koreanen rond als een lopend vuurtje: vanaf 1 april wordt de verplichte quarantaine in Korea afgeschaft voor wie in het buitenland gevaccineerd is. Ik stuiterde de hele dag rond als een gek, kon niet meer nadenken en wilde gewoon boeken en eigenlijk nog liever gisteren dan vandaag vertrekken.
Na maanden wachten (en smachten), kwam dit nieuws toch ‘onverwacht’, ik had niet gedacht dat de quarantaineperiode ‘nu al’ afgeschaft zou worden. Het grote nadeel is dat het enkel geldt voor gevaccineerden, dus wat de kinderen betrof, stonden we de afgelopen dagen voor een dilemma. Maar het verlangen om te gaan, om mijn kinderen (hopelijk) voor te stellen aan mijn familie, was overheersend en leidend. De vaccinatieafspraken zijn gemaakt en een week voor we vertrekken, zou alles rond moeten geraken. Het gaat ervan komen! Mijn gezin gaat mijn familie ontmoeten (of dat dacht ik toen nog)!!
Het voelt dubbel, ook verdrietig en opstandig om zo blij te moeten zijn met iets wat eigenlijk volstrekt normaal zou moeten zijn, namelijk je familie en je land van herkomst bezoeken.
In plaats daarvan stel ik me ondertussen ook aan de lopende band vragen: hoe gaan de kinderen het vinden, zullen ze iets van het eten lusten, hoe gaat het voor mij zijn om ook mijn moederrol te moeten vervullen daar waar ik mijn plek als dochter nog aan het zoeken ben, wat gaan we doen en hoe, krijgen we de praktische dingen wel geregeld, …en vooral: zal mijn moeder ons/mij willen zien?

Het is bijna een jaar geleden dat ik voor de 1e keer terug ging naar Korea.
Zoveel plannen werden sindsdien gemaakt en evenveel werden er terug opgeborgen, niet afgelopen zomer, niet in september, niet in november, niet met kerstmis en niet in maart ging ik terug…
Ik zou graag zeggen dat het louter door de quarantaineperiode kwam, maar dat is niet zo. Er was een moment waarop geadopteerden die hun ouders hadden teruggevonden een uitzondering konden krijgen van quarantaine mits een document dat 1 van de ouders moest opsturen. Maar omdat mijn moeder zich omwille van haar eigen pijn en schuldgevoel had teruggetrokken uit ons contact wilde/kon ze me dit document ook niet bezorgen.

Dus of we elkaar daadwerkelijk zullen ontmoeten? Dat is een groot vraagteken en momenteel is het antwoord dus nee.
Ik heb nog niemand van mijn familie durven vertellen dat we effectief geboekt hebben. Toen ik de afgelopen week voorzichtig polste bij mijn broer naar de reactie van mijn moeder op onze eventuele komst zei hij dat hij niet wist hoe ze zou reageren, dat hij ernaar gevraagd had maar geen antwoord kreeg. Ik daarentegen ontving wel 3 berichtjes van mijn moeder, om te zeggen waarom ze het geen goed idee vindt en niet wil dat we komen.
Ik hoop dat het anders zal worden als we effectief daar zijn, dat ze op zijn minst mijn kinderen kan zien, ik breek als ik denk aan het idee dat dat misschien niet zo zal zijn en ik hen dit zal moeten uitleggen, daar weet ik geen manier voor.

Toch kan ik amper wachten, tel ik nu al de dagen af voordat ik terug zal zijn waar ik (ook) thuis hoor, op mijn plek.

21. She remembered who she was and the game changed


2021 is bijna voorbij. De neiging om terug te blikken op wat gebeurde in het jaar dat voorbij is, was mij tot nu toe vreemd.
Een hekel heb ik, toen ik opgroeide, altijd gehad aan de geforceerdheid en oppervlakkigheid van iets dat eigenlijk nooit leuk of gezellig was, hoeveel lichtjes, kerstballen- en bomen er ook werden aangesleept.
Toen mijn adoptieouders overleden op respectievelijk 17 december en 1 januari werd er nog een verzwarend randje toegevoegd aan deze voor mij toch al zo nutteloze dagen.
De donkere, koude dagen met verplichte familieaangelegenheden hebben mij ook als volwassene eigenlijk nooit kunnen bekoren. Voor de kinderen heb ik me een paar jaar geleden over mijn weerstand voor kerstbomen gezet (alles in het belang van het kind, nietwaar), ze zijn er dol op, dat ‘trauma’ heb ik alleszins niet doorgegeven, helaas… 🙂

Bij 2021 wil ik stil staan omdat het zo een levensveranderend jaar was voor mij…

Een jaar geleden at ik voor het eerst bewust Koreaans, als noodzakelijke troost tijdens een periode waarin ik zwaar kopje onder ging aan de stormvloed die me sinds het najaar van 2020 overspoelde. Geen kant kon ik op en bij momenten zag ik geen uitweg meer, ik kon enkel ondergaan en hopen dat de pijn over zou gaan. Het enige wat op dat moment een beetje hielp was het idee om naar Korea te gaan, ondanks corona, het Belgisch uitreisverbod en de strenge quarantainemaatregelen in Korea was er eigenlijk geen andere optie voor mij dan te vertrekken.
3 enorm intense weken heb ik daar beleefd, ik kon me dochter voelen van mijn moeder. Het heeft me veel gebracht, veel in beweging gezet: ik stopte met mijn werk, ging voor die eigen praktijk, startte de opleiding tot adoptiecoach bij AFC (Adoptee & foster care) en vatte nog een specialisatiejaar rond trauma aan om mijn kennis en vaardigheden hierrond te vergroten.

Ik gebruikte mijn pen om te proberen de focus binnen interlandelijke adoptie te verleggen naar daar waar ze volgens mij hoort te liggen: de impact van afgestaan en geadopteerd worden (zowel op geadopteerden als gezinnen van oorsprong), de rechten van geadopteerden en gezinnen van oorsprong, compensatie voor fraude en wantoestanden, nood aan (na)zorg voor geadopteerden en het uitdenken van andere structurele oplossingen voor gezinnen dan het definitief scheiden van ouders en kinderen.
O.a. de opinies over interlandelijke adoptie die ik schreef voor Knack en de veelbeluisterde podcast van Doorbraak zorgden ervoor dat ik veel geadopteerden mocht leren kennen. En dat velen mij leerden kennen. Ik krijg nog steeds berichtjes van geadopteerden die me laten weten dat mijn opiniestuk van april voor hen veel betekend en in gang gezet heeft. Hoewel het gepubliceerd werd toen ik op mijn kwetsbaarst was (tijdens mijn verblijf in Korea) en ik volledig open lag voor de (bagger)reacties die ik toen kreeg, is dat toch wel een essentiële reden waarom ik me uitspreek, omdat medegeadopteerden er steun in vinden. Ook beleids- en overheidsdiensten wisten me te vinden om me te consulteren rond interlandelijke adoptie.

De hierboven beschreven activiteiten in combinatie met 2 opleidingen en het uitbouwen van een eigen praktijk maakten de afgelopen maanden redelijk heftig en hectisch. En erg aanwezig was ik niet in mijn moederrol. Toch kan ik met stelligheid zeggen dat ik een betere mama ben dan een jaar geleden, meer afgestemd en beter in staat om te geven, meteen mijn grootste verwezenlijking van het afgelopen jaar.

Ondertussen speelde op de achtergrond altijd verdriet omdat mijn moeder zich na mijn bezoek terugtrok, mij negeerde en blokkeerde. Op mijn concrete voorstellen om nog eens naar Korea te komen, antwoordde ze afwijzend. Vorige week stuurde ze: let’s see eachother. Ik hoop dat het ervan komt, aangezien er ook nog zoiets is als corona en de quarantaineperiode van 14 dagen nog steeds geldt als je Korea binnen wil. En ook omdat haar eigen trauma voor wisselvalligheid en onvoorspelbaarheid zorgt.

Ik sluit mijn meest woelige levensjaar tot nu toe af met een warm en tevreden gevoel, dankbaar voor wat ik mocht beleven, heb mogen doen en mocht ontvangen. Maar bovenal dankbaar voor zoveel moedige, mooie en waardevolle mensen die mijn pad kruisten. Ook al, eerlijk is eerlijk, vechten we elkaar soms bijna de tent uit, een warmer bad dan dat van mede-geadopteerden heb ik nooit gevoeld.
Als ik kijk naar de toekomst zie ik nog heel veel werk liggen, zowel qua beleid rond interlandelijke adoptie als op gebied van uitbouw van nazorg. Maar ik ben voorzichtig hoopvol, dat we met vereende krachten veel kunnen verwezenlijken.

Ik voel trots op wie ik ben en wat ik toch maar mooi gedaan heb. Er zijn momenten dat ik wenste dat ik terug kon naar toen ik nog weinig of niks voelde, maar ik weet dat dat niet echt was. Het verlies van mijn 1e leven, van mijn ouders en familie, de pijn en het verdriet die daarmee gepaard gaan…die horen bij mij, zonder zou ik mezelf niet zijn en laat dat nu net zijn wat ik meer geworden ben, mezelf.

1 2 3