23. Afgewezen: the sequel

Ik weet het ondertussen al een paar weken, na mijn moeder haakten ook mijn zussen af voor een ontmoeting als we in Korea zijn. De pijn en het verdriet waren zo groot dat ik me er niet eerder toe kon brengen om dit te posten:

Mijn maag ligt overhoop, ik voel me misselijk, er lijkt vaak een olifant op mijn borst te staan, mijn lijf doet zeer en ik kan en wil vooral huilen, verdoven, niet voelen,… Als ik eerlijk ben, heb ik de afgelopen week minder constructieve coping mechanismen gehanteerd 🙂
Voor het eerst sinds lang bedenk ik me dat ik beter zat in de mist (‘the fog’ is de naam die geadopteerden gebruiken voor de periode dat ze nog hun gedissocieerde, witte, aangepaste en ongeadopteerd voelende zelf waren): minder pijn, minder complexiteit en, hoewel niet echt, doorgaans redelijk ok voor mij.

Ik wil het uitschreeuwen: waarom? Waarom willen ze mij niet (zien)? En wat het meest pijn doet: willen ze mijn kinderen dan niet (zien)?
Mijn moeder heeft me in niet mis te verstane bewoordingen laten weten dat ze ons niet wil zien als we komen. Mijn zussen en broer gaven te kennen dat zij ons wel graag zouden ontmoeten, maar ondertussen hebben mijn zussen ook afgehaakt. Iets met Koreaanse familieloyaliteit? Ik heb eigenlijk geen idee wat er anders zou kunnen spelen bij deze vrouwen die ruim de 40 gepasseerd zijn en die vorig jaar zo zorgend en liefdevol voor mij waren. Ik heb verschillende keren de film afgespeeld van onze 1e ontmoeting, de weken samen in quarantaine, de vervulling voor ons allemaal,… nu exact een jaar geleden. In plaats van dat we samen herinneringen ophalen zijn er enkel stilte, gekwetstheid en boosheid.
Mijn moeder zegt dat er teveel covid is, dat ze bang is voor hartproblemen en om neer te vallen als ze ons zal zien,…
En nee, ze zullen niet meer van gedachte veranderen, dat geloof ik echt niet.

Secondary rejection in reunions… woorden die ik jammer genoeg maar al te vaak heb zien passeren bij anderen, die ik het afgelopen jaar misschien ook wel wat voor me heb uitgeschoven maar waar ik nu nog maar moeilijk aan kan ontkomen.
Mijn grootste knoop op dit moment is dat ik nog geen manier heb kunnen bedenken om aan de kinderen uit te leggen dat ze enkel mijn broer zullen zien.
Er deden zich een aantal momenten voor, bijvoorbeeld toen Nia naarstig oefende om: ‘Oma, mag ik water alstublieft?’ en ‘Aangename kennismaking, tante’ te zeggen in het Koreaans. Mijn keel vulde zich met tranen en de woorden bleven steken in mijn keel.
Mijn schoonzus, niet toevallig zij, stuurde een berichtje waarvan ik zo mogelijk nog harder moest huilen dan van die van mijn moeder en zussen: ‘How are you, I am worried that your heart is sick.’
Want ja, ziek was (en is het eigenlijk nog steeds) dat hart van mij, een extra gaatje erin.

Ondertussen heb ik wel terug zin om te gaan en hebben we ook knopen doorgehakt over de plaatsen die we willen bezoeken. Na veel twijfelen en een stevige duw van Johan hebben we ook Busan mee op het lijstje gezet, omdat je het onvermijdelijke toch niet kan vermijden, en omdat een kind altijd hoopt…

12 reacties

Laat een antwoord achter aan Muriel Van Lommel Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.