15. ‘Hoe is ‘t?’

Zelden klonk deze vraag meer oprecht dan de afgelopen dagen, dus ik schrijf er met plezier nog een antwoord op.

Ik was dinsdag 7 uur te vroeg op de luchthaven van Seoul (dat kwam zo uit met de andere vluchten die mijn zus, moeder en ik die dag namen of nog moesten nemen). Toen ik na 4 u wachten eindelijk mijn bagage kon afgeven, was ik aan het popelen om wat rond te kuieren, te shoppen en nog een keer lekker Koreaans te eten. Helaas bleek mijn vlucht in vertrekhal 2, van wat normaal 1 van de drukste luchthavens van Azië is, de enige tussen 18u ’s avonds en 9u ’s morgens. Bovendien telde mijn vlucht slechts rond de 50 passagiers… Toen ik door de security was, bleek de boel daar dus nog doodser dan in de vertrekhal: er was geen enkel restaurant open (tenzij je Starbucks en diens naar rubber smakende muffins meetelt) en ook bijna alle winkels waren dicht.

Bij het boarden en opstijgen, speelde mijn vliegangst nogal op (‘Het is nu echt niet het moment om neer te storten’), maar tot mijn verbazing stonden opeens 3 blauwe mannetjes met champagne, lekker eten, kadootjes en een heel lief kaartje naast mijn stoel. De crew was ingeseind door een vriend van een vriend van mijn zus en ik werd extra in de watten gelegd. Met dank aan de champagne lukte het me om te ontspannen en best goed te slapen, tot een uur voor de landing.
Ook op Schiphol was het akelig rustig, mijn bagage lag al op de band toen ik er aankwam. Het weerzien met Johan was heerlijk, een beetje emotioneel. Ik kon me even opfrissen in het hotel waar Johan had geslapen en ik kreeg er nog een zalig ontbijt op de kamer bovenop, voor het eerst in 3 weken had ik honger.

Hoewel ik het eerst niet van plan was (elkaar na 3 weken knuffelen met mondmasker terwijl half Heide er op staat te kijken, klonk niet heel aanlokkelijk), bleek de drang tegen 12u toch te groot en ging ik mee om de kinderen op te halen van school. Het was zalig, fantastisch en heel intens om hen na 3 weken terug in de armen te kunnen sluiten en te voelen dat we elkaar enorm gemist hadden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die 3 weken in Korea zo erg in mijn ‘dochterrol’ zat, dat het gemis voor mij daar is meegevallen.

Ik vond vrijwel onmiddellijk mijn draai terug in de praktische, dagelijkse gang van zaken. Hoewel ik heftige verhalen had gehoord van andere geadopteerden over terugkomsten (die ik me overigens levendig kan voorstellen) voelde ik me (ondanks verdriet, zeker als ik aan mijn moeder denk) blij om terug te zijn, rustig en eigenlijk wel goed. Ik heb zelfs even gepolst bij m’n therapeut of dat wel normaal was, na haar nuchtere geruststelling (‘Oh, wil je een probleem? Dan kan ik er altijd wel een paar suggereren voor je.’) kan ik vertrouwen op mijn gevoel en genieten van het feit dat ik me gewoon kalm en goed voel.
Ik hoop dat ik die scherpe fase van rouw, van bijna ondraaglijke pijn, van me incompleet en behoeftig voelen en van huilen als een baby in de maanden voor de hereniging heb doorgemaakt waardoor dit nu een wat milder en minder acuut verloop kent, al komt rouw in periodes, op de meest onverwachte momenten.
Ik ben naar Korea vertrokken met de verlangens van een baby. In de veilige cocon van de quarantaine konden zowel mijn moeder als ik in deze unieke setting onze behoefte aan elkaar zo goed mogelijk vervullen. We konden ons volledig en eenduidig wijden aan onze moeder- en dochterrelatie en dat bleek precies wat we beiden nodig hadden. Hoewel ik nu des te meer besef dat het gigantisch riskant was om het op deze manier te doen, is het voor ons misschien wel een groot kado gebleken om die quarantaineperiode met elkaar te moeten/kunnen spenderen. Het lijkt alsof ik na de quarantaine gegroeid ben zodat ik terug naar België kon vertrekken als puber.
Ik kan maar moeilijk bevatten dat het misschien nog wel een jaar of langer zal duren voordat ik terug kan gaan. Mijn moeder stuurde dat ze zich in mijn kamer heeft teruggetrokken, haar verdriet raakt me diep en doet me pijn.

Laat me de meest prangende vragen na ‘hoe is ‘t’ beantwoorden:

  • Mijn bril zit als gegoten, dank je.
  • Mijn zus is niet boos en we hebben geen ruzie, ze is fier en heel blij voor mij.
  • Ik heb niet meer gesquat (sorry, appa).
  • Een boek schrijven zou toch vooral voelen als meedoen aan Idool omdat je vrienden zeggen dat je goed kan zingen… De 30-plussers onder ons herinneren zich vast nog wel dat dat nooit een goed idee bleek.

Ik broed op verschillende toekomstplannen: wild en doordacht, vaag en concreet, zowel privé als professioneel. Als er ooit eentje uitgewerkt geraakt, deel ik het graag met jullie.
Maandag ga ik terug werken, de 1e vriendinnen zijn gezien en de dates voor komende weken werden gepland. Maar nu wacht nog een weekendje heerlijke rust…

7 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *